|

(deel 1 van 16)
|
Waarom King Tubby? Omdat hij zo slim was om aan instrumentale reggaetracks echo en galm toe te voegen.De beste man zat de godganse dag in de studio omringd door rasta's die om de zoveel minuten luidkeels hun devotie voor Haile Selassie kenbaar maakten. Deze extatische uitbarstingen werkten op zijn gestel en dit uitte zich in de vorm van haaruitval.
Om 's avonds enigszins tot rust te komen liet hij de zang op de nog te mixen tracks achterwege. Nadat zijn studio met een echo-effect was uitgebreid duurde het dan ook niet lang eer hij claimde een nieuw genre te hebben gecreëerd. 'Dub, dames en heren,' sprak hij eens op een lome zondagmiddag begin jaren '70, 'zo zal ik het noemen.' Iedereen was er stil van, voor een tijdje althans want de Tubbies waren geen zwijgers. Het gekissebis barstte vervolgens los en Tubbie's moeder stond even op het punt haar zoon in het openbaar een standje te geven. Al die onrust, ze was tenslotte een godvrezende vrouw. Geheel tegen de verwachting van de familie in liep het allemaal vrij aardig en na enige jaren kon dub ook in het buitenland een potje breken. Het werd gezien als de donkere variant van reggae waarin op subtiele wijze met tijd en ruimte werd gesold. Eindelijk eens Jamaicaanse muziek waarin niet de lof over een Ethiopische dictator wordt uitgestort, zo dacht het linkse bolwerk er in de jaren '70 over. King Tubby is uiteraard vaak benaderd met de vraag of hij zich niet bij deze of gene rastasekte wilde aansluiten maar daar taande hij niet naar. 'Ik geloof in echo en galm', antwoordde hij telkens waarna hij het verschil tussen die twee zaken nog eens geduldig uitlegde, dat wil zeggen als z'n moeder hem niet de mond snoerde. Naast dub hield hij zich begin jaren '70 vooral bezig met het smeren van zalfjes en kruiden op zijn schurftige schedel in een poging zijn kaalheid tegen te gaan.
|
| |
|
| |

(deel 2 van 16)
|
In tegenstelling tot menig Jamaicaan rookte King Tubby graag zware Van Nelle. Zijn rokershoestje had zelfs een galm, zo verwant voelde hij zich met het genre dat hij had uitgevonden. Al die gekkigheid, zijn moeder vond het allemaal maar niks. Ze was tenslotte een ferm aanhangster van de stepping stone theorie en een sjekkie was in haar ogen het begin van het einde. Tijdens de opnamen hield ze haar zoon dan ook nauwlettend in de gaten. Mocht een rasta zelfs maar proberen een waterpijp aan haar zoon te slijten dan was hij er geweest. 'No question about that one,' om Tubby maar eens te citeren. De invloed van zijn moeder bleek ook wel uit zijn extreem schone studio die daarnaast perfect geordend was. Ze zag het liefst dat niemand anders dan haar zoon de studio nog zou betreden. Dit leidde ertoe dat Blackboard Jungle Dub pas in 1973 werd uitgebracht. Blackboard Jungle Dub was een van de eerste dubplaten in stereo en zou eigenlijk al een jaar eerder uitgebracht worden, technisch gezien was dat mogelijk. Het betrof een samenwerking tussen Lee Scratch Perry en King Tubby en de eerste ging regelmatig door het lint als hij weer eens werd tegengehouden door moeder Tubby wegens zoiets onnozels als een druiper, een vreemd geurtje onder de oksels of de mazelen. Ook onderzocht moeder Tubby hem graag op AIDS. In die tijd ronduit bizar maar ook als AIDS-onderzoeker was ze haar tijd ver vooruit. Bijna was Lee Scratch Perry eens gestikt nadat moeder Tubby een condoom over zijn hoofd had weten te krijgen. Vanwege alle ellende met zijn moeder ging het met Ruddock Osbourne zijn schurftige schedel van kwaad tot erger en verloor hij al zijn eetlust. Om te voorkomen dat zijn bijnaam mager scharminkel zou worden ging hij rondlopen met een kroon. Dit had als bijkomend voordeel dat zijn schedel wat minder opviel. Intussen was er in Jamaica een heftige discussie ontstaan over de vraag of King Tubby nou muzikant was dan wel producer, hierover meer in deel drie.
|
| |
|
| |

(deel 3 van 16)
|
Was hij nou een producer of muzikant, dat was de vraag die zich opdrong. Het werd echt een vervelende kwestie en reden voor zijn moeder zich te bewapenen. Haar oog viel op een vlammenwerper. Dat ze hiermee maar moeilijk uit de voeten kon bleek uit het feit dat ze eens per ongeluk haar grote teen in de hens stak. Van haar liefhebbende zoon kreeg ze vervolgens een Zwitsers zakmes waar ze ook niet lang plezier van had. Op heterdaad betrapt bij het kerven van een hartje in een oude boom, inleveren dus. De politie voerde echt een zero-tolerance beleid in die dagen
Anyway, de Nationale Muziekraad van Jamaica boog zich over de kwestie en deze raakte al spoedig hopeloos verdeeld. De man schuift wat met knoppen en dus is het slechts een producer, vond het ene kamp. Tubby creëert een nieuw genre met zijn benadering en bespeelt zijn mengpaneel als een instrument dus is het een muzikant, vond het andere kamp. Men discussieerde wat af op kosten van de gemeenschap en dit zette kwaad bloed bij de socialisten die vonden dat het geld wel beter besteed kon worden. Een revolutie kon nog net worden voorkomen dankzij een uitspraak van King Tubby dat het hem allemaal geen reet kon schelen: zolang hij maar betaald kreeg. Hij maakte in dezelfde tijd, we spreken zo rond 1976, de plaat King Tubby Meets Rockers Uptown (samen met Augustus Pablo) en dit zou zijn grootste triomf worden. Hoewel er anderen zijn die dit betwijfelen negeren we die straal en kondigen we nou alvast aan dat we volgende maand zijn rol als mentor onder de loep zullen nemen.
|
| |
|
| |

(deel 4 van 16)
|
Cricket is natuurlijk de nationale sport van Jamaica, toch dacht King Tubby dit halverwege de jaren ‘70 wel even te veranderen. Nadat hij de dubrevolutie had geïnitieerd wilde hij zich eens profileren op een heel ander terrein. Dientengevolge ging hij het honkbal promoten. Een succes werd het niet. King Tubby begon al snel dubieuze records te claimen. Zo beweerde hij eens een bal zo hard te hebben geraakt dat die neerkwam in het stadion van de tegenstander. Het verhaal maakte weinig indruk toen bleek dat dit was gebeurd tijdens een uitwedstrijd. Ook kwam het steeds vaker voor dat er door de werpers gemikt werd op zijn kroon. Vanwege zijn schurftige schedel weigerde hij die af te zetten. Dom, want het vormde een mooi doelwit. Gedesillusioneerd keerde hij zich na enkele weken alweer af van het honkbal. ‘Dan maar verder met dat gedub,’ had z’n moeder op een ochtend, tijdens een bord Brinta, tegen haar zoon gezegd. Deze had verheugd zijn honkbalknuppel in het hoenderhok gegooid en was opgetogen teruggekeerd naar de studio. Hij zag dat er nogal wat werk op hem lag te wachten en dus plaatste hij een advertentie voor enige assistenten. Niet voor homoseksuele doeleinden natuurlijk, slechts voor het betere dubwerk. De eerste kandidaten trokken zich al snel terug vanwege zijn handtastelijk gedrag en uiteindelijk werd hij opgezadeld met ene Prince Jammy, een Prince Phillip en een gast die zichzelf Scientist noemde. Tubby vond de drie zo lelijk dat hij zich een tijdlang liet blinddoeken als hij met ze in de studio moest verblijven. ‘Wat een gedrochten, ze doen me nog het meest denken aan enkele in kokosolie gebakken bananen,’ zei hij eens tegen zijn moeder. ‘Dan laat je die viezigheid wel uit het hoofd,’ had ze kortaf gesnauwd. Een tik met de pollepel wist hij ternauwernood te ontwijken.
King Tubby, wantrouwend als hij was, bespioneerde zijn assistenten vaak door stiekem zijn blinddoek een stukje omhoog te schuiven. Door dit gegluur raakte hij gewend aan de gedrochten en kon er eindelijk weer wat geproduceerd worden. De resultaten zijn later door het Blood & Fire label uitgegeven onder de titels Dub Gone Crazy en Dub Gone 2 Crazy. Ze bewijzen dat Tubby in de periode 1975 – 1979 de vinger nog steeds goed aan de pols had. Een vrouw had hij echter nog steeds niet, daarover volgende week meer.
|
| |
|
| |

(deel 5 van 16)
|
King Tubby kwam maar moeilijk aan de vrouw. Ook in de jaren zeventig had de kroon als modeaccessoire niet veel in de melk te brokkelen. Daarnaast deden gestuntel en pure pech hem meer dan eens de das om bij zijn zoektocht naar een geschikte partner. Zo fietste hij ergens in 1979 achter een mooie vrouw door de straten van Kingston. Op het moment dat hij haar inhaalde om een oneerbaar voorstel in haar oor te schreeuwen vloog er een insect in zijn mond. Hij maakte werkelijk de vreselijkste geluiden om het beest uit zijn keel te krijgen. Door zijn gekokhals en gevloek dacht de vrouw dat een schuimbekkende tasjesrover met het syndroom van Gilles de la Tourette achter haar aanzat. In blinde paniek duwde ze Tubby van zich af waardoor hij pardoes op een tegemoetkomende auto knalde. Het zou mooi zijn te kunnen melden dat hij in het ziekenhuis een leuk verpleegstertje trouwde, maar helaas. De wulpse toestand in het ziekenhuis beviel z’n moeder niks en ze besloot hem thuis te verzorgen.Daar kreeg hij geregeld bezoek van Yabby You. Inderdaad, de man met wie hij samen het spirituele meesterwerkje Prophecy Of Dub had gemaakt. Deze Yabby You was een zogenaamde Jesus Dread (een rasta die Haile Selassie niet als God erkende) met een vreemd dieet. Hij at geen vlees of vis, geen zout en verafschuwde produkten die onder de grond groeiden. Dit dieet adviseerde Yabby aan Tubby waarna deze bijna overleed aan ondervoeding. Een stevige maaltijd hielp hem er weer bovenop. Het duurde vervolgens niet lang voor de King terug was in zijn studio om aanwijzingen te snauwen naar Scientist & Prince Jammy. Het waren slimme jongens en al snel konden ze ook zonder Tubby dubben. Deze begon zich steeds meer te richten op het management van zijn eigen labels: Waterhouse, Firehouse, Kingston 11 en Taurus. In 1979 mixte hij nog samen met King Jammy het album van Mikey Dread getiteld Dread At The Controls maar daarna nam hij wat gas terug. Volgende week zullen we zien hoe het King Tubby begin jaren ’80 verging.
|
| |
|
| |

(deel 6 van 16)
|
Een oplettende lezer, die we vanaf nu Betweter zullen noemen, dacht ons erop te moeten wijzen dat King Tubby helemaal niet de eerste dubplaat heeft gemaakt. Dat klopt, zelfs de moeder van King Tubby heeft tandenknarsend moeten erkennen dat dit Byron Smith is. Steve Barrow, reggaejournalist en eigenaar van het Blood & Fire label, heeft dit eens haarfijn onderzocht. De man is een connaisseur die ruim 30.000 reggaesingeltjes bezit en wij spreken hem voorzichtigheidshalve niet tegen op dubgebied. Wee degene die dit wel waagt. Tegenstanders krijgen tot in de lengte van dagen ongevraagd pizza’s en eetbaar ondergoed thuisbezorgd. Dat is de specialiteit van dit onsympathieke schepsel waar je niet vanaf komt door simpelweg te verhuizen.
Goed, Byron Smith. Hij dubte al in 1968, zij het per ongeluk. Tubby was toen nog een groentje die bekend stond om zijn kippenborst, zijn beperkte topografische kennis van Denemarken en zijn kleine soundsystem maar daar hield het verder wel mee op. Een onbeduidend curriculum vitae, dat onleesbaar was geworden doordat zijn moeder het per ongeluk in de wasmachine had gedaan, was het enige dat hij rond die tijd kon overleggen. Volgens de geruchten stond er op dat cv iets gekrabbeld over reparatiewerkzaamheden op het gebied van elektronische apparatuur. Tubby zou ook vermeld hebben dat hij veertig seconden zijn adem in kon houden. Dit om even te illustreren hoe wereldvreemd de man eigenlijk was. Veertig seconden, wat een prestatie.
Byron Smith was toen al tijden de vaste engineer van Duke Reid. Hij gaf een singeltje van The Paragons aan Rudolph Redwood, eigenaar van het toentertijd populaire soundsystem Rudy’s The Supreme Ruler Of Sound. Het bleek een singeltje waarop per ongeluk de zang was weggelaten. Het publiek smulde ervan en de version was geboren. Vanaf die tijd kwamen er geen singeltjes meer uit zonder een instrumentale B-kant. Lynford Anderson introduceerde enige innovatieve remixtechnieken en het hek was van de dam. Dit was inderdaad ver voor de glorietijd van King Tubby maar, beste Betweter, hij is wel degene geweest die bepalend is geweest voor het genre. De nadruk op drum en bas en de hoeveelheid echo en galm, allemaal Tubby zijn shit. Daarom, Betwetertje, is King Tubby toch de oermoeder van het genre. Nou maar hopen dat de lezers ons met rust laten zodat we toch verder kunnen met het begin van de jaren tachtig.
|
| |
|
| |

(deel 7 van 16)
|
Wat spookte Tubby uit zo rond 1980? Het ging hem duidelijk voor de wind en hij kon zich enige hobby’s permitteren. Hij begon Deense kroonluchters te verzamelen, ging corresponderen met een ter dood veroordeelde analfabeet en zijn moestuin floreerde. Alleen met de guava bleef het sukkelen. Ook sloot hij vriendschap met een vale gier. Op een gegeven moment pikte het beest met zijn snavel verveeld tussen de ribben van Tubby’s moeder tijdens haar middagdutje. Zelf noemde ze het een schoonheidsslaapje maar hierin stond ze alleen. Er was op het hele eiland niemand te vinden die een woord met daarin de term schoonheid wilde betrekken op Big Mamma Tubby. Hoe dan ook, ze draaide het beest zonder enige schroom de nek om en gooide het kadaver voor de voeten van haar zoon. Deze ontstak onmiddellijk in razernij. Voor de zoveelste keer geschoffeerd door zijn moeder. Dat hoefde hij toch niet meer te pikken, hij was tenslotte al 39 jaar. Even overwoog hij haar uit huis te zetten maar bijtijds realiseerde hij zich dat het haar huis was. Dan zelf maar verhuizen. Hij was toch al een tijdje bang dat de punks en rocksterren hem ook zouden weten te vinden. Vanaf het midden van de jaren ‘70 struinden die het eiland af, op zoek naar coole producers. Een smerige punker in zijn schone, geordende studio ontvangen? Hij huiverde bij het idee.
Op muzikaal gebied was hij vooral druk met Augustus Pablo. Rockers Meets King Tubby’s In A Firehouse kan beschouwd worden als een waardige opvolger van King Tubby Meets The Rockers Uptown. Het is tevens één van de laatste luisterenswaardige werkjes van Augustus Pablo. Gelukkig niet voor King Tubby en zodoende stippen we volgende week zijn samenwerking met de grote crimineel Ranking Dread aan. Haal dat kogelvrij vest maar vast uit de kast.
|
| |
|
| |

(deel 8 van 16)
|
King Tubby is op deze plaats regelmatig weggezet als een mak schaap met het charisma van een met de franse slag gepureerde granaatappel. En terecht, had hij zich maar niet zo moeten laten koeioneren door zijn moeder. Op z’n 39e kwam hij dan toch in opstand. Jawel, eindelijk was het dan zover. Tubby ging het ouderlijke huis uit en betrok de tegenover gelegen woning. Nogal een verandering, zeker voor de overige bewoners van de straat. Ineens moesten ze aanhoren hoe ma Tubby van vroeg tot laat bevelen naar haar zoon schreeuwde. Opstandig als een puber sloot deze zich op in zijn geluidsdichte studio. Vol bravoure besloot hij eens wat meer risico te nemen. Hij zou een dubplaat gaan maken met Ranking Dread. Een gewaagde keuze want ondanks zijn vredelievende teksten was Ranking Dread een koelbloedige moordenaar. Als politiek georiënteerd gunman zou hij 29 tegenstanders hebben vermoord waaronder enkele politieagenten. Reden waarom hij in 1978 Jamaica ontvluchtte en in Londen neerstreek. Om aan geld te komen ging hij op grote schaal in de ganja. Als dekmantel ging hij in de muziek en tot zijn eigen verbazing scoorde hij in 1981 een tophit met het nummer Fattie Boom Boom. Het criminele circuit bleef echter lokken en op de uitnodiging van King Tubby om eens langs te komen reageerde hij met een beleefde afwijzing. Te druk met zaken als verkrachting, moord en drugshandel. Wel kreeg Tubby toestemming om aan de dub-elpee te beginnen en in 1982 zag de plaat het licht, in een oplage van duizend.
Mocht u ooit het origineel vinden, stuur het ons toe.
King Tubby deed de eerste vijf nummers terwijl Scientist de andere vijf onder handen nam. Door de jaren heen is het plaatje uitgegroeid tot een ware cultklassieker. Voor zover bekend heeft Ranking Dread nooit bij King Tubby om royalties gezeurd hoewel deze uit voorzorg wel een extra slot op zijn deur liet plaatsen. Over Ranking Dread zijn periode na 1982 doen de meest wilde verhalen de ronde. Zo zou hij crack geïntroduceerd hebben in Engeland en Schotland, zou hij drugstransporten naar Amerika hebben gefinancierd met gewapende overvallen en zou hij constant de concurrentie uitgemoord hebben. Op een gegeven moment is hij door de Britse autoriteiten uitgeleverd aan Jamaica alwaar hij in de gevangenis zou zijn vergiftigd of neergestoken. Het is nogal vaag allemaal.
Volgende week laten we de criminaliteit weer voor wat ze is en zullen we zien dat Scientist en King Jammy hun eigen weg gaan. Hoe zal King tubby deze klap verwerken?
|
| |
|
| |

(deel 9 van 16)
|
King Tubby ervaarde het als een bevrijding dat zijn moeder niet meer 24 uur per dag over zijn schouder meekeek. Lekker uitslapen, de hele dag door junkfood en ’s nachts de studio in. Jawel, hij gooide zijn leven overhoop en niemand die er wat aan kon doen. Hij stopte met het dragen van ondergoed en huurde een choreograaf in om hem een stoer loopje te bezorgen. Deze spoorde hem tevens aan een minzaam lachje te ontwikkelen. Ook tooide hij zich met een monocle in de overtuiging dat dit z’n intelligentie bevorderde. Op een gegeven moment beweerde hij een tijdreis te hebben gemaakt omdat hij met enkele koekoeksklokken in zijn auto van een heuvel was afgereden. Prince Jammy en Scientist zagen de kolder met lede ogen aan. Ze wilden moeder Tubby inschakelen maar die was de hele dag druk met het pijpen van grof bebaarde loodgieters, haar manier om met de nieuw ontstane situatie om te gaan. Prince Jammy en Scientist weigerden halsstarrig om mee te gaan in King Tubby zijn nieuwe werkritme en bemanden de studio overdag. Dit resulteerde in Scientist And Jammy Strike Back, een dubelpee die in 1983 verscheen. Hoewel het niet het eerste samenwerkingsproject was zonder hulp van hun mentor maakte het hem woedend. Ze hadden hem niet om toestemming gevraagd en hij zou het ze niet geven ook. Al snel bleek dat dit niks uitmaakte want het vinyl viel goed in de smaak bij het dubkopende publiek. Gesterkt door dit succes kregen ze genoeg zelfvertrouwen om tegen King Tubby in opstand te komen. Scientist vertelde hem dat hij eigenlijk al sinds 1980 parttime voor Channel One werkte. Hij voegde eraan toe dat hij dit voortaan fulltime zou gaan doen. Prince Jammy zei helemaal niks maar pakte in een onbewaakt ogenblik de kroon van Tubby en rende ermee weg. Zou hij zichzelf tot koning kronen en verantwoordelijk worden voor de digitale revolutie in reggae? Dat zoekt u zelf maar uit. We zijn hier immers niet bezig met een tribute to King Jammy.
Volgende week zullen we zien of Tubby het ook alleen redt medio jaren tachtig.
|
| |
|
| |

(deel 10 van 16)
|
Moeilijke tijden voor King Tubby. De Casio deed zijn intrede en voormalig pupil Prince Jammy toonde zich een beter bespeler van de computer dan Tubby zelf. Het ging zelfs zover dat Prince Jammy zich tot koning liet kronen. We spreken 1985. Door de intrede van de computer veranderde reggae in één keer compleet van sound. Hiervoor verantwoordelijk was het door Wayne Smith gezongen Under Me Sleng Teng. Iedereen op het eiland kon met de veranderingen omgaan behalve King Tubby. Nu hij niet langer kon opscheppen over zijn vernieuwende dubtechnieken begon hij te fantaseren over andere prestaties. Hij vertelde iedereen dat hij zonder hulpmiddelen de Mount Everest had beklommen. Op een gegeven moment ging hij in z’n eigen verhalen geloven en begon hij plannen te smeden om zonder hulpmiddelen te bungeejumpen. Na deze mislukte poging, die hij ternauwernood overleefde, zocht hij weer toenadering tot zijn moeder. Deze was inmiddels uitgekeken op grof bebaarde loodgieters en ze vond het heerlijk om haar zoon als vanouds te kunnen commanderen. Tubby liet zich bemoederen en zat met een witte gipsband om zijn nek de godganse dag een beetje verloren voor zich uit te staren. Diep in zijn hart vond hij de digitale reggaerevolutie maar niks. Om toch iets om handen te hebben begon hij zijn fourtrack studio uit te breiden. Hij bleef trouw aan het Waterhouse district, dat door de vele schietpartijen was omgedoopt in Firehouse, en hij nam drie nieuwe assistenten aan. Peego, Fatman en zijn nieuwe rechterhand die luisterde naar de naam Phantom. Samen met Tubby was Phantom verantwoordelijk voor de nummer één hit Tempo van Anthony Red Rose. Deze opsteker kwam net op tijd want King Tubby zat er echt compleet doorheen. ‘Wat heb ik gedaan,’ schreeuwde hij vaak. In tegenstelling tot wat menigeen denkt doelde hij hiermee niet op zijn mislukte bungeejump maar over het hernieuwde contact met zijn moeder. Ze was inmiddels bij hem ingetrokken en had haar eigen huis te koop gezet. Geheel tegen zijn zin schoof hij elke dag om zes uur weer aan voor de maaltijd. Nu hij zijn kroon kwijt was moest hij van zijn moeder bij elke maaltijd een slabbetje om, ook als er bezoek was. De vernedering.
Zal King Tubby zich hervinden of zal moeder Tubby de verkoop van haar eigen huis doorzetten? Dat bewaren we voor deel elf.
|
| |
|
| |

(deel 11 van 16)
|
Op een ochtend schrok King Tubby zo van zijn eigen spiegelbeeld dat hij flauw viel. Een half uur later kwam hij weer bij positieven en nam hij zich voor die spiegel boven zijn bed binnenkort eens te verwijderen. Het was tenslotte niet de eerste keer dat hij op deze manier wakker werd en gelijk weer out ging. Hij had die ochtend niet veel zin om op te staan en z’n moeder zou hem ook niet roepen. Ze was naar de lokale vismarkt om een rotte makreel te ruilen die ze er de vorige week had gekocht. Tubby pakte een fles rum en dook het bed weer in. Het zou een mijmerdagje worden. Zo had hij ze wel vaker sinds de digitale muziekrevolutie zijn intrede had gedaan. Goed, hij scoorde af en toe nog hitjes maar dit was vooral te danken aan zijn nieuwe medewerkers. Dub was iets van het verleden geworden, een relikwie uit het analoge tijdperk. Daarom blikte hij graag terug. Vooral zijn werk met Glenn Brown wist hij steeds beter te waarderen. Van 1972 tot 1979 had hij met hem samengewerkt. De hoogtepunten zijn in 1996 door Blood & Fire uitgegeven onder de naam Termination Dub. Glenn Brown was de eerste producer die King Tubby credits had gegeven door het nummer Tubby At The Control aan hem op te dragen. Zonde eigenlijk, dat hij hem uit het oog verloren was. That’s how it goes, dacht hij weemoedig tijdens een grote slok. Ineens hoorde hij de stem van zijn moeder. Met zijn slaapmuts op en pyjama nog aan wankelde hij naar haar toe. Hij had zich moed ingedronken en zou haar zeggen dat ze niet bij hem in kon trekken. Deze daad, die een scène veroorzaakte die we hier liever niet optekenen, zou bekend worden als het hoogtepunt van het jaar. In 1986 was hij dan ook voornamelijk bezig met het managen van zijn labels, saai werk. Af en toe kon hij het toch niet laten en kroop hij de studio in. Two Big Bull Inna One Penn was het meest aansprekende resultaat. Het was echter niet King Tubby die de credits ontving zoals vroeger. Het waren de zangers Anthony Red Rose en King Kong die met de eer gingen strijken. Een ontwikkeling waar King Tubby erg aan moest wennen.
Volgende week: Vindt King Tubby eindelijk zijn queen?
|
| |
|
| |

(deel 12 van 16)
|
In 1986 gebeurde er iets ongelofelijks met Tubby, hij werd verliefd tot over zijn oren. De gelukkige was een vrouw, dit tot opluchting van Tubby’s moeder. Homoseksualiteit is immers, zacht gezegd, een controversieel thema in Jamaica. Zo werd de Jamaicaanse camouflage-expert Leroy Hudson wereldwijd gelauwerd vanwege zijn spectaculaire tafelpootvermommingen, behalve in eigen land waar hij verguisd werd als homoseksuele ketter. Belachelijk, want hoewel zijn missies niet altijd even geslaagd waren - zo herinnerde hij zich tijdens het afluisteren van de Yakuza ineens dat hij het Japans niet machtig was - toch kwam hij altijd ongeschonden uit de strijd. Tot die ongelukkige keer dat hij zich als een bedorven paling had vermomd en werd gefileerd door een Cubaanse kok. Maar dit terzijde.
King Tubby trouwde al snel met Valerie, zoals we haar zullen noemen. Omdat ze alle publiciteit schuwde is er niet veel informatie over haar te vinden. Wel weten we dat ze de Deense kroonluchterverzameling van manlief meteen het huis uitkegelde. Ook is bekend dat de huwelijksreis naar Zuid-Afrika op een deceptie uitdraaide. Verder dan het vliegveld kwamen ze niet. Het apartheidsbewind bleek een dossier over King Tubby bij te houden en ze weigerden een neger toe te laten die vroeger met een kroon had rondgelopen. Zoiets zou de zwarte bevolking in de townships alleen maar op rare ideeën kunnen brengen. Om de teleurstellende reis te verwerken begon Valerie te pokeren. Ze won keer op keer van Tubby’s moeder die werkelijk niks van het spel begreep. Haat en nijd tussen die twee was het gevolg. Hoe het met haar relatie ten opzichte van de rest van Tubby’s familie stond is onbekend. We weten sowieso niet veel van de familie. Alleen Tubby’s broer Leslie (tevens bekend als Young Tubby) heeft eens een kort interview gegeven. Deze man was ook engineer en had zo vreselijk de pest aan wietrokende rasta’s in de studio dat hij met een gasmasker op achter de knoppen zat. Je zou het nauwelijks geloven als het hier niet te lezen viel. Op muzikaal terrein had Tubby ook nog enkele verrassingen in petto. Hij gaf nieuwelingen als King Everall, Conroy Smith en Lloyd Hemmings een kans. Hoewel hij niet meer zo bij de muziek betrokken was als voorheen behield hij de eindregie. Zo luisterde hij alles persoonlijk voor het tot een singeltje werd geperst. Eventueel gaf hij zijn assistenten aanwijzingen en heel af en toe hielp hij met het afmixen. Begin 1987 scoorde hij een hit met het door Thrilller U gezongen Crazy Game. Niet veel later bleek hij ook succesvol met Hard Core, een duet van Gregory Isaacs en Johnny Osbourne. Meer over dat soort hitjes in deel 13.
|
| |
|
| |

(deel 13 van 16)
|
Medio 1987 deden Tubbies vrouw en moeder samen mee aan de Jamaicaanse variant op Lingo. King Tubby had ze er persoonlijk voor opgegeven in de hoop dat het een band tussen de twee aartsvijanden zou smeden. Tijdens de uitzending kwamen ze erg ver maar uiteindelijk struikelden ze over het woord Spliff (het was zaterdag en dus speelden ze de zeslettervariant). Ma Tubby verdomde het simpelweg om het woord uit te spreken. Ze veroorzaakte zo’n ordinaire rel dat de Jamaicaanse televisie tot op de dag van vandaag alles met tien seconden vertraging uitzendt. Tubby kreeg het niet mee. Hij zag z’n moeder en vrouw immers al dagelijks, waarom zou hij ze dan ook nog volgen als ze op de televisie waren? Dit was een typerend staaltje van Tubby-logica.
Liever speelde hij domino met Phantom, Peego en Fatman. Af en toe was hij in zo’n goede bui dat de winnaar van een potje zijn eigen naam op een singeltje mocht zetten. Zo komt het dat Phantom zomaar een hitje scoorde met Pick Yu Cherry. Peego & Fatman mochten het Crank Angle riddim part 1 & 2 op hun conto schrijven. De reden dat hij zo goed in zijn vel zat had ook te maken met de nieuwste modetrends op Jamaica. Dreadlocks waren geheel uit, een kale kop was in. Hij begon ook steeds meer de kant van zijn vrouw Valerie te kiezen. Zijn moeder had hem tenslotte jarenlang beledigd vanwege zijn schurftige schedel. Valerie smeerde er tenminste zalfjes op en zorgde ervoor dat zijn kop mooi begon te glimmen. Ze bleek ook goed in ninjitsu zodat z’n moeder zelden ongemerkt het huis in kon sluipen.
In 1987 zagen ook de eerste heruitgaven van zijn jaren zeventig werk het licht. De LP Rockers Meet King Tubby In A Firehouse werd opnieuw uitgegeven, zowaar met de toevoeging van vier niet eerder uitgebrachte nummers. Sommigen daarvan waren dubs van King Jammy maar die kreeg hiervoor geen credits. Eerst de gestolen kroon teruggeven, vond Tubby. Hoewel dub op Jamaica zo goed als dood was, bleek er internationaal nog genoeg vraag naar te zijn. Reden voor Tubby om eens uit te zoeken wat hij had staan aan nog niet uitgegeven werk. Dat bleek niet tegen te vallen. Er lag zelfs een roots-reggae plaat op de plank. Lamb’s Bread van de zanger Sylford Walker en producer Glenn Brown, afgemixt door hemzelf. Domweg nooit meer aan gedacht. De singeltjes van het album waren tussen 1978 en 1980 uitgebracht, maar een vervolg was uitgebleven. Sylford Walker was alweer jaren zelfstandig juice-verkoper in het ghetto. Hij vond het best dat men de LP alsnog uit zou brengen. Volgende keer kunt u lezen hoe het reggaekopende publiek op de plaat reageert. Zal Sylford Walker er genoeg aan verdienen om te kunnen stoppen met de saphandel?
|
| |
|
| |

(deel 14 van 16)
|
Nee, helaas. Lamb’s Bread van Sylford Walker werd geen succes. Het was zo’n plaat die door de jaren heen heel langzaam uitgroeide tot een cultklassieker. Daar schoot Sylford niks mee op en het mixen en verkopen van sapjes bleef dan ook zijn voornaamste inkomstenbron. King Tubby hield zich intussen bezig met een cursus filosofie voor beginners en zwoegde op de vraag of de categorische imperatief nog steeds van toepassing was. Wist hij veel. Tegen het einde van 1988 kapte hij dan ook alweer met de studie. Net of hij niks beters te doen had. Zijn vrouw mocht de studie lekker alleen afmaken. Ze had geklaagd dat ze nooit iets samen deden en samen een cursus volgen, dat leek haar weleens leuk. De cursus schermen viel af, na een proefles waarbij Tubby tijdens een aanval zijn vrouw miste en met een degen precies in het stopcontact terechtkwam. Zo’n elektrocutie was nog geen pretje. Filosofie leek veiliger en dat was het ook tot ma Tubby lucht kreeg van de cursus. Om niet achter te blijven schreef ze zich ook in. Ze had haar postzegelverzameling meegenomen en was woedend geworden toen bleek dat filatelie niks te maken had met filosofie. Uit woede had ze met haar postzegelboek uitgehaald naar Valerie die zich net op tijd bukte waardoor ze haar zoon recht in z’n smoel raakte. Het werd King Tubby steeds duidelijker dat hij in de studio hoorde en daar zo weinig mogelijk uit moest komen. Niet zo’n moeilijke opgave maar het betekende wel dat hij niet veel rust meer had. Peego en Fatman hadden namelijk hetzelfde gedacht. Dagen en nachten werkten deze aan digitale riddims om hun eeuwige rivaal King Jammy maar voor te blijven. Tubby luisterde vooral, af en toe knikte hij goedkeurend maar soms zat hij ook gewoon te knikkebollen. Ze werkten aan riddims voor Sugar Minot en ander bekende namen, maar ook nieuwkomers als Banana Man kregen een kans. De instrumentale versies werden nog steeds als B-kant verspreid. De kale riddims zijn gortdroge, machinaal klinkende dubs met een hypnotiserende uitwerking. Vraag het ons op de man af en we zullen eerlijk antwoorden dat we er niet veel aan vinden. Het heeft ook weinig gemeen met het oorspronkelijke dubwerk. King Tubby, visionair als hij was, ging er echter vanuit dat er mensen waren die wel wat zagen in de instrumentale nummers en hij begon het beste werk uit de periode na 1985 te verzamelen voor een LP. Dit werd Soundclash Dubplate Style Vol. 1 & 2. Op volume 1 kwamen de nummers met zangers en de tweede LP was voor de pure riddimliefhebbers. Zou King Tubby nog meemaken dat het een redelijk succes werd. Daarover meer in deel 15.
|
| |
|
| |

(deel 15 van 16)
|
Het zat King Tubby niet mee op 6 februari 1989. Die ochtend was er een pingpongtafel bezorgd en hij had de hele dag tegen Jan en Alleman gespeeld zonder ook maar één overwinning te boeken. Zelfs z’n moeder met haar reumatische handen was beter in dat achterlijke spel. Tijdens het eten van een kippenpoot had hij een bak saus over zijn trainingspak gegooid en tot overmaat van ramp had niemand zijn petitie tegen de zeehondenjacht willen ondertekenen. Het onderwerp leefde niet in Kingston, zo kon hij slechts concluderen. Erg productief op muzikaal gebied was hij ook niet geweest. Hij was niet meer zo gedreven sinds zijn 48e verjaardag. Hoewel zijn moeder en vrouw er anders over dachten, meende Tubby dat hij niks meer te bewijzen had. Laat in de avond verliet hij zijn studio en onderweg naar huis dacht hij voorzichtig na over een carrière als Spaghetti-Western acteur. Het genre was ongekend populair op Jamaica en hij zag zichzelf wel zitten op zo’n paard. Moest het beest niet te wild doen natuurlijk. Ach, misschien hadden ze voor dat soort scènes ook wel een stuntman. Al mijmerend bereikte hij z’n huis waar hij neergeschoten werd, daar valt verder niks romantisch over te zeggen Zijn vrouw Valerie hoorde een schreeuw en kwam het huis uit gerend. King Tubby was op slag dood, geen laatste woorden. Van de dader(s) geen spoor. Men speculeert over een mislukte roofmoord maar de zaak is nooit opgelost. Wel vinden we het vreemd dat King Tubby’s moeder nooit aan een streng kruisverhoor is onderworpen. Nu vinden wij wel meer dingen vreemd die de gemiddelde mens doodnormaal vindt. Neem bijvoorbeeld de populariteit van SBS 6. Vinden we vreemd. Daar gaat het echter even niet om. Eén van de legendarische figuren in de reggae had het leven gelaten bij een gewelddadige overval. Het bleek maar weer dat niemand veilig was voor het geweld op Jamaica. Zelfs een vredelievend man als King Tubby kon het slachtoffer worden. Samen met Bob Marley en Lee Scratch Perry behoorde hij tot de meest invloedrijke figuren binnen de reggae. Dat zijn invloed zich uitstrekte tot ver over de grenzen van het genre is een onderwerp dat we bewaren voor het laatste deel.
|
| |
|
| |

(deel 16 van 16)
|
Wijlen King Tubby heeft artiesten van wisselend allooi beïnvloed. We denken dan aan types als Massive Attack, Tricky, Madlib, Carl Craig, Bill Laswel, Animal Collective, Tortoise, Kruder & Dorfmeister, Masters At Work, Pere Ubu, Squarepusher, Bad Brains, Mouse On Mars, Koos Alberts, Africa Bambaataa, Grandmaster Flash, The Clash, Radiohead et cetera et cetera. Alleen onze eigen DJ Tiësto had zoiets van: ‘King Wie?’ Nu heeft die viezerik het natuurlijk ook veel te druk met het gluren naar minderjarige meisjes om daarnaast ook nog eens in de muziekgeschiedenis te duiken.
Anyway, King Tubby heeft zijn stempel gedrukt op genres als techno, ambient, drum 'n' bass, dubstep, punk, new wave en hip-hop. Ook stond hij met zijn benadering aan de basis van de moderne remix. Is King Tubby dan echt de grondlegger van de moderne muziek? Ja! Je denkt toch niet dat we zestien delen aan hem wijden om vervolgens te concluderen dat z’n nalatenschap niks voorstelt. Zo dom zijn we ook weer niet. En dan te bedenken dat we slechts een fractie van zijn werk hebben behandeld. Zo hebben we de cd Dub Like Dirt niet eens besproken. Het werkje is tien jaar na zijn dood bij wijze van eerbetoon uitgegeven. Voor een ieder die zich wil verdiepen in zijn muziek, en wie wil dat nou niet na 16 delen onvervalst leesplezier, zijn die dubs uit de periode 1975 – 1977 een goed startpunt. Wat valt er verder nog over de man te zeggen. Niet veel. Het was toch een beetje een saaie gast. Dat geen biograaf zich aan zijn levensverhaal durft te wagen zegt eigenlijk al genoeg. Geloof ons, voor Lee Scratch Perry zullen ze in de rij staan. Gelukkig waren wij van Levertraan niet te beroerd om eens diep in het verleden van King Tubby te graven en zodoende de herinnering aan deze trendsetter levend te houden. De jeugdjaren hebben we wijselijk overgeslagen. We wilden de lezer niet vermoeien met eindeloze kletspraat over verorberde sorbets, verloren partijtjes voetbal en pakken slaag van zijn moeder. Die laatste willen we, samen met Tubby’s weduwe, hartelijk danken voor de medewerking. We hadden graag afgesloten met een gedicht van de dubmaster himself, maar omdat hij een matig dichter was laten we dat toch maar achterwege.
|
| |
|
|
|

|