levertraan: verkwikkend smerig
 
gggggggggg

 
A TRIBUTE TO ...
 

Lee Scratch Perry (deel 9 van 9)

Begin jaren negentig waren de Beastie Boys de hipste dudes die er te vinden waren. Vol overgave begonnen ze Lee Scratch Perry als belangrijkste inspiratiebron te promoten.Eerlijk gezegd hebben wij die invloed nooit in hun sound teruggehoord, maar dat mag de pret niet drukken. Het gaat erom dat Lee Scratch Perry weer eens in het zonnetje werd gezet. Het tijdschrift van The Beastie Boys, Grand Royal, besteedde zelfs 26 bladzijden aan hem. Nodeloos te vermelden dat hij woedend werd toen enige details niet bleken te kloppen. Vervolgens besloot het Blood & Fire label in 1996 tot een re-release van The Congo’s klassieker Heart Of The Congos. Het werd spontaan uitgeroepen tot hoogtepunt in de reggae-geschiedenis en omdat Lee de producer van dit juweeltje was kwam hij nog meer in de spotlights te staan. Alsof dat nog niet genoeg was kwam het Pressure-label met Voodooism, een overzicht van Lee’s werk gedurende de Black Ark periode. Ondertussen werd hij op z’n zestigste verjaardag met een kleine hoeveelheid wiet betrapt op Londen Airport. Wie weet was het vanwege zijn verjaardag maar hij werd er niet voor vervolgd. Vlak daarna verscheen Arkology, drie cd’s met het beste uit de Black Ark geschiedenis.Een collectie die hem recht doet en bij iedere muziekliefhebber in de cd-kast dient te staan, er staan werkelijk ongelofelijk mooie nummers op.
Op hetzelfde moment verschenen er ook dance-cd’s onder de naam Experrymentals, men doet er verstandig aan die links te laten liggen.
Zelfs live had hij enig succes. Een optreden voor het Free Tibet concert verliep zelfs zo goed dat een nummer van Lee verscheen op een compilatie-album. MTV wilde hem hiervoor zelfs interviewen maar ze bedachten zich nadat ze er getuige van waren hoe hij zijn lul uit zijn broek toverde tijdens een eerder interview.
Het duurde niet lang voordat Lee Scratch Perry het vervolgens weer in zijn bol kreeg en besloot zijn Black Ark studio te herbouwen. Een project dat volgens iedereen gedoemd was te mislukken, hij faalde dan ook jammerlijk.
Wat gebeurde er in de eenentwintigste eeuw met Perry? De verzamelalbums bleven komen, soms met verrassend goede resultaten. Hij maakte ook nog wat nieuwe muziek en op de één of andere manier kwam dit de jury voor de Grammy Awards ten gehore, Men stond er blijkbaar op zichzelf belachelijk te maken en dit deed men door het toekennen van een Grammy voor Jamaican E.T. Een vrij onbeduidende cd om het maar eens mild uit te drukken. Ach, men was er slechts dertig jaar te laat mee. Volgens de laatste geruchten is Lee gestopt met blowen en woont hij weer in Zwitserland. We wensen hem het beste
.

   


 

Lee Scratch Perry (deel 8 van 9)

Mireille Campbell werd dus de nieuwe vrouw in het toch al veelbewogen leven van Lee Scratch Perry. Na hun ontmoeting in Londen zocht ze hem weer op in Jamaica en daar aangekomen schrok ze van de omstandigheden waarin hij verkeerde. Lee zag er zo onverzorgd uit dat ze onmiddellijk besloot om te blijven en wat orde in de chaos te scheppen. Na een tijdje verhuisden ze naar Zwitserland en vreemd genoeg voelde Lee zich daar helemaal thuis. Eindelijk geen stress aan zijn hoofd en, ook niet onbelangrijk, aan geld geen gebrek. Mireille was niet alleen een ongeleid projectiel met mystieke neigingen, ze was ook nog eens steenrijk. Lee stopte met de alcohol en kreeg onder invloed van Mireille een grote belangstelling voor ufologie. Om het nog gekker te maken trouwde hij met haar in een Hare Khrisna tempel. De muziek stond ondertussen op een laag pitje. Het redelijke Mystic Warrior werd nog uitgebracht met zijn toestemming maar voor het overige was het rommel waarvoor Lee Scratch Perry geen cent heeft gezien.Hij werkte wat samen met Fizzé, een Zwitserse muzikant met een groot huis en bijbehorende studio. Lee nam weer eens een aanklacht tegen de paus op terwijl hij zich gedroeg als de dorpsgek. Volgens Fizzé rolde Lee tijdens de opnamen door de studio en plaatste hij microfoons in de tuin (waarvoor hij afdakjes bouwde zodat ze niet nat werden). In plaats van het nummer uit te brengen stal Lee de mastertape om het in zijn tuin te begraven. Een gewoonte die hij maar moeilijk afleerde. Zo logeerde hij tijdens een ruzie met Mireille eens bij Adrian Sherwood die pisnijdig werd toen hij z’n televisie terugvond onder een bult zand. Dit weerhield ze er niet van om samen te werken aan het onverwacht sterke From The Secret Laboratory. Terug op Jamaica ontdekte Lee dat z’n zoon aan de crack was. Dit baarde hem enige zorgen maar die vergat hij zodra hij z’n oude vriend Niney tegen het lijf liep. Enthousiast namen ze een LP op die ze Lord God Muzick noemden. Volgens sommigen is de LP redelijk geslaagd maar wij vinden er niet veel aan. De LP verkoopt bijna net zo slecht als het boek van zijn vrouw over ufo-ontvoeringen. En laten wel wel zijn, als Balkenende een thriller zou schrijven zou het waarschijnlijk nog beter verkopen. En dat wil al geen hond lezen.

   


 

Lee Scratch Perry (deel 7 van 9)

Eénmaal in Engeland kwam Lee Scratch Perry na enkele weken in de Ariwa-studio van The Mad Professor terecht. Hij zat er graag, sterker, was er niet weg te slaan, en nam er veel muziek op. Het merendeel werd pas in 1989 uitgegeven op de plaat Mystic Warrior maar enkele weirde songs zagen eerder het daglicht. Een nummer waarin hij Chris Blackwell ervan beschuldigde een vampier te zijn veroorzaakte de meeste deining. De zang van Lee werd in die tijd steeds meer gereduceerd tot tot het babbelen van onzin maar het sloeg aan. Hij genoot nog steeds een redelijke populariteit in Engeland en besloot daarom tot een tournee. Het werd een succes tot hij op een gegeven moment ruzie kreeg met zijn backing band. Deze lui speelden elke avond heel strak om Lee Scratch Perry zijn dronken en meestal rammelende performances toch tot een goed einde te brengen. Als gevolg daarvan beschuldigde hij ze van het stelen van de show, in het midden van een concert nog wel. De sfeer sloeg snel om en verder optreden bleek onmogelijk. Het was het begin van een periode waarin Lee Scratch Perry veel backing bands en managers ontsloeg. Ondanks zijn leeftijd wist hij nog steeds relaties aan te knopen met jonge vrouwen. Tot zijn eigen ontzetting keeg hij zelfs een baby van een blanke vrouw. De vrouwen moesten natuurlijk wel tolereren dat er op de muren en plafonds van hun huizen allemaal wartaal geklad werd. Ze moesten vooral ook niet raar opkijken als er ineens sculpturen in hun tuintjes verschenen. Lee was in die tijd stevig aan de sherry en dit deed z’n humeur geen goed. Eén persoon beweert zelfs dat hij hem benzine heeft zien drinken. Dit zal vast niet op dagelijkse basis zijn geweest aangezien Lee nog steeds onder ons is, maar aan de andere kant kan het ook bewijzen dat we met een onsterfelijke alien te maken hebben. Hoe het ook zij, midden jaren tachtig begon hij aan opnamen met de producer Adrian Sherwood, eigenaar en oprichter van het On-U-Sound label. Het resulteerde in Time Boom X De Devil Dead, een hoogtepunt uit het post-Black Ark oeuvre. Ondertussen filmde Lee zichzelf constant en voegde hij er in z’n vrije tijd gewauwel en vreemde geluiden aan toe. Ook plaatste hij flessen gevuld met urine op strategische plekken en behandelde hij machines als levende dingen. Over de stenen die hij beschouwde als magische symbolen zullen we het niet eens hebben. Lee leefde zozeer in zijn eigen wereld dat het niet te bevatten valt voor een buitenstaander. Veel bekende artiesten schrokken er niet voor terug en probeerden hem toch te strikken als producer of remixer. Lee bleek echter uitermate kritisch. Simply Red en Terence Trent D ‘Arby accepteerde hij wel maar Faith No More en Mantronix weigerde hij omdat hij het kwalitatief onder de maat vond. Gedurende deze periode vol werk en optredens ontmoette hij ook nog eens een Zwitserse vrouw met een interesse in UFO’s, spiritualiteit en reggae, daarover lees je een volgende keer meer.

   


 

Lee Scratch Perry (deel 6 van 9)

Het ging van kwaad tot erger met Lee Scratch Perry. Zijn gedrag werd steeds destructiever en bijna iedereen keerde zich van hem af. Zo rond 1979 had hij alleen nog contact met bezoekers uit Europa. Dit waren mensen van platenmaatschappijen als Trojan en het in Amsterdam gevestigde Black Star Liner die hem hielpen om zijn studio weer op te bouwen. Hij begon zichzelf Pipecock Jackson te noemen en babbelde voluit over mystiek en de vier elementen. Het was ook de periode dat hij refereerde aan Jezus Christus als Jesse the Hammer. Dreads kwamen er bij hem niet meer in. Eind 1979 dook hij ineens op in Amsterdam en nodigde hij muzikanten uit voor audities in verband met een geplande tournee (die uiteindelijk afgelast zou worden). Lee Scratch Perry was op dat moment zo in de war dat hij alleen nog maar met blanken wilde werken. Gedurende de eerste auditie schokte hij alle aanwezigen door zijn eigen stront over de muur te smeren. Een incident waar Lee tot op de dag van vandaag achter staat, het zou behoren tot een ritueel waar hij mee bezig was.
Hij had meer van dit soort acties gedurende de beginjaren tachtig. Tijdens een verblijf in New York werkte hij samen met The Majestics en verklaarde hij aan de verbijsterde bandleden dat hij in het vervolg Piss, Poop, Shit and Spit genoemd wilde worden. Door dit onvoorspelbare gedrag werden veel opnames maar half afgemaakt en werden geplande tournees afgezegd. Dat Lee Scratch Perry tijdens deze periode niet in de goot eindigde was slechts te danken aan zijn nieuwe vriendin Vicky Nelson.
In 1983 ging het dan toch helemaal mis. Lee Scratch zat weer in Jamaica en Vicky ging ineens voor een jaar naar familie in Canada. Onmiddellijk viel hij ver terug en om te bewijzen dat niks hem te gek was, stak hij zijn moeizaam opgebouwde studio in de fik. Terwijl de apparatuur stevig brandde liep Lee Scratch Perry blootsvoets en achterstevoren enkele uren hulpeloos rond. Hij prevelde gebeden en knalde tegen veel objecten aan, zoiets komt vaker voor bij mensen die achterstevoren lopen. Gelukkig duurde de zombie-achtige staat waarin hij verkeerde niet lang en toen de politie kwam om hem te arresteren was hij alweer bij zinnen. Men liet hem uiteindelijk gaan omdat er geen bewijs was dat hij z’n eigen studio in de hens had gestoken. Begin 1984 kwam Vicky Nelson terug, gelijk stuurde ze Lee Scratch Perry naar Engeland. Hij weigerde namelijk om nog langer met Jamaicanen te werken en daarom lag het helemaal stil met de muziek.
Hoe het Engelse avontuur afloopt lees je de volgende keer
.

   


 

Lee Scratch Perry (deel 5 van 9)

En het gedrag van Lee Scratch Perry werd ondertussen vreemder en vreemder. Hij begon ‘s nachts in zijn studio porno te kijken waardoor sommige rasta's hem begonnen te mijden. Gelukkig zat hij nog niet op het punt dat de muziek er onder leed. Wat ons betreft was het absolute hoogtepunt uit Lee zijn zangcarrière het nummer dat hij eigenlijk voor Bob Marley geschreven had. Het is getiteld Dreadlocks In Moonlight en Lee zong het op aandringen van Chris Blackwell zelf in. Hij deed dit op de avond dat Bob Marley werd neergeschoten en zo kreeg het nog een magisch tintje ook.
Voor Lee liepen de zaken op rolletjes. Zijn Black Ark studio werd steeds beter, kleurrijker en bekender. Hij scoorde met LP’s van The Heptones en Junior Murvin en hij begon zich op de internationale markt te storten. Er kwamen beroemdheden langs als Paul McCartney, Robert Palmer en The Clash. Deze laatsten vertelde hij dat ze het nummer Police And Thieves goed hadden verkloot met hun cover.
Zijn grootste ontdekking in 1977 was echter The Congo’s. Twee devote rasta’s die er verantwoordelijk voor waren dat Lee zich steeds meer tot de rastabeweging aangetrokken voelde. Eigenlijk was het een kansloze onderneming want Lee Scratch Perry was veel te onstabiel en eigengereid om zich te voegen naar rigide religieuze denkbeelden. Het begon de mensen op te vallen dat hij vaak maniakaal liep te lachen en complete nonsens utkraamde. Zijn studio was dag en nacht in gebruik en hij nam hits op voor werkelijk alle grote namen. Het hele jaar 1977 was één groot succesfestival voor Lee Scratch Perry en zijn Black Ark studio.
In schril contrast daarmee stond het jaar 1978, dat werd een drama. Chris Blackwell weigerde het debuutalbum van The Congo’s uit te brengen en dat was een beslissing die je met stomheid slaat zodra je de klassieke LP eens beluistert. Lee Scratch Perry draaide verder door en hij begon een tros bananen te aanbidden. Tot overmaat van ramp ontdekte hij dat zijn vrouw Pauline hem bedroog. Dit kon hij niet aan en zijn gedrag werd uitgesproken irrationeel. Aan de antenne van zijn auto hing hij een homp varkensvlees dat hij lekker liet rotten. Op de achterkant van de auto schreef hij I’m a battyman, dit om de rasta’s nog meer af te schrikken. Tot overmaat van ramp begon hij zijn studio te ontsieren door over elk kleurrijk element zwarte X-tekens te verfen. Dat hij met al deze acties nog steeds niet op het dieptepunt was aangeland, lees je de volgende keer
.

   


 

Lee Scratch Perry (deel 4 van 9)

Lee Scratch Perry was er helemaal klaar voor in 1974. Hij had zijn Black Ark studio voltooid en dus eindelijk de vrijheid om te doen wat in hem opkwam. Helaas had hij ook een interesse in obeah ontwikkeld. In zijn enthousiasme had hij zelfs zijn Mercedes paars geschilderd, dit omdat die kleur geassocieerd wordt met obeah. Volgens sommigen markeerde zijn interesse in deze schimmige religie vol met goede en kwade geesten het begin van alle ellende. Tegenwoordig ontkent hij trouwens zich ooit ingelaten te hebben met die religie. Het zal wel iets van zijn vriendin Pauline geweest zijn, zo denkt hij. Omdat de studio af was bemoeide hij zich weinig met haar in de eerste maanden van 1974. Hij stortte zich op de muziek en scoorde in zijn nog primitieve studio een hit met het door George Earl (ook wel George Faith) gezongen To Be A Lover. In Engeland verkocht King Tubby Meets The Upsetter At The Grass Roots Of Dub meer dan redelijk. Hij scoorde ook met Susan Cadogan en het door haar gezongen Hurt So Good. Dankzij Pete Waterman (later bekend van Stock, Aitken & Waterman, het pophits producerende trio uit de jaren '80) mocht ze optreden in Top of the Pops. Lee Scratch Perry wist hier niks van en vloog naar Londen waar hij haar woedend voorhield dat ze niks mocht tekenen. Dit deed ze toch en zo bezorgde ze Pete Waterman een nieuwe Jaguar van 40.000 pond, zelf werd ze afgescheept met een fooi. Enkele maanden later zorgde Junior Byles in een helder moment voor een grote hit met het fantastische Curly Locks. Een andere meevaller was Best Dressed Chicken In Town met de toaster Dr. Alimantado, de LP werd zomaar een hit in de punkscene.
Helaas ontstonden ook de eerste problemen en die hadden te maken met een beginnende alcoholverslaving. Een verslaving die kon ontstaan omdat Lee de kip van KFC graag wegspoelde met enkele Tia Maria’s, qua drank een onbegrijpelijke keuze.
In augustus 1975 sloeg plots het noodlot toe. Jah Rastafari Haile Selassie ging de pijp uit. De verwarring was groot onder de rasta’s die dachten dat ze met een levende god te maken hadden. Bob Marley bracht het door Lee Scratch Perry geproduceerde Jah Live uit. Het was een poging om de gemoederen te kalmeren en dat was wel nodig ook. De toch al wankel van geest zijnde Junior Byles probeerde zich van het leven te beroven en werd weer eens met spoed opgenomen in een inrichting.
Lee trok zich niks aan van alle verwarring en hij bracht enkele maanden later het weirde Roast Fish & Cornbread uit. Het was het begin van de sterkste periode uit zijn carrière. Dankzij Lee Scratch Perry scoorden Jah Lion en Max Romeo grote hits met respectievelijk Wisdom en War In A Babylon. Met de laatste kreeg hij weer eens problemen over geld. Lee werd steeds onredelijker omdat hij inmiddels was overgestapt op het drinken van rum in combinatie met het roken van ganja. De muziek leed er niet onder, in september 1976 zag misschien wel het beste reggae-album ooit het licht. We hebben het over Super Ape. Wie één werkje van Lee Scratch Perry in de kast wil hebben dient Superape onverwijld aan te schaffen. Er is simpelweg niet veel betere muziek gemaakt. Alsof deze topplaat alleen nog niet genoeg was nam hij ook meesterwerkjes op met Dennis Brown, The Gladiators, The Meditations en Junior Murvin. Het nummer Police & Thieves van laatstgenoemde werd zelfs in Amerika een hit en geldt met recht als één van de grote reggae-klassiekers. Of Lee Scratch Perry zijn goede vorm kon vasthouden lees je de volgende keer
.

   


 

Lee Scratch Perry (deel 3 van 9)

Lee Scratch Perry begon veel onbekend talent te produceren, de één na de ander, het hield niet op. Meestal waren het eenmalige experimenten waarbij de namen die de zangers en groepen opgaven niet al te nauwkeurig werden bewaard. Het door elkaar hutselen van de namen had tot gevolg dat veel nummers ten onrechte toegekend worden aan zangers en groepen die niks met de opnames te maken hadden.
Om één naam kon echter niemand heen in 1972, en dat was die van de toaster Dennis Alcapone. Omdat Dennis Alcapone nooit ook maar één cent uitbetaald kreeg voor zijn diensten weigerde hij na een jaar nog langer voor Lee Scratch Perry te werken. Lee Scratch Perry nam gewoon iemand anders aan die hij tooide met de naam Dillinger. Een flauwe truc maar het werkte wel want Dillinger groeide uit tot één van de meest succesvolle toasters ooit. Wie kent niet de hit Cokane In My Brain. Een nummer dat overigens net niet geproduceerd werd door Perry.
Ondanks de vele sessies met nieuwe zangers weet Lee Scratch Perry maar geen nieuwe Bob Marley te vinden en dit frustreert hem behoorlijk. Ineens besloot hij dat een eigen studio datgene is wat eraan schortte. Zonder met Pauline te overleggen begon hij een deel van het huis te slopen. Ze vond die troep geen goed idee maar vanwege de bezeten blik in Lee Perry zijn ogen accepteerde ze de situatie gelaten. Zijn studio werd gebouwd door zangers en muzikanten die hij wel moest betalen omdat hij anders met een halve studio en half huis zou blijven zitten.
Uiteindelijk dacht Lee Scratch Perry toch een nieuwe potentiele superster te hebben gevonden en wel in de vorm van Junior Byles. Een zanger met een wankele geestesgesteldheid die enorme hits scorde onder leiding van Lee Scratch Perry. Vooral de single Beat Down Babylon is een klassieker. Voordat Junior Byles internationaal kon doorbreken belandde hij echter in een psychiatrische inrichting. Gedurende de perioden dat hij buiten de instelling mocht leven bewees hij een geweldige zanger te zijn, een echte doorbraak buiten Jamaica zat er toen helaas niet meer in.
In 1973 ontwikkelde hij ook een vriendschap met King Tubby. Hiermee maakte hij het album Blackboard Jungle Dub maar daar hebben we alles al over verteld in onze tribute to King Tubby. Volgens Lee Scratch Perry wordt het aandeel van King Tubby trouwens schromelijk overschat. Een uitspraak waar we maar niet al teveel waarde aan moeten hechten. Door zijn steeds grotere naamsbekendheid werd hij ook gevraagd voor een bijrol in de film The Harder They Come. Dit weigerde hij omdat hij het honorarium van vijf dollar veel te laag vond.
Het einde van 1973 verliep tumultueus. In Engeland bracht hij Cloak And Dagger uit en eenmaal in Londen bezoekt hij een concert van I Roy. Hij stormt het podium op en begint de muzikanten lastig te vallen. Het publiek herkent hem en vindt het prachtig. Ook krijgt hij ruzie met The Wailers omdat Trojan het album African Herbsman uitbrengt. Dit is eigenlijk gewoon het album Soul Revolution aangevuld met wat losse nummers. Lee Scratch Perry krijgt de credits als producer voor alle nummers, dit terwijl er twee songs op staan waar hij niks mee te maken heeft. Scratch vindt de ruzie weliswaar jammer maar lijdt er niet teveel onder. Hij is namelijk veel te opgewonden over zijn nieuwe studio die eindelijk klaar is. Het is dan bijna 1974 en glorieuze tijden staan op het punt van uitbreken. Lees daar een volgende keer meer over. We zullen dan ook zijn verslaving aan voedsel van Kentucky Fried Chicken eens onder de loep nemen
.

   


 

Lee Scratch Perry (deel 2 van 9)

Lee Scratch Perry en Joe Gibbs begonnen aan een spectaculair korte samenwerking want al na enige weken bleek Gibbs net zo’n vrek als Coxsone Dodd. Lee Scratch Perry vertrok en nam wraak door het nummer People Funny Boy uit te brengen waarop hij Gibbs door de mangel haalt. Het wordt door sommigen gezien als het eerste echte reggaenummer maar deze claim is zeker niet onomstreden. Lee Scratch Perry werd er zelf eens naar gevraagd en hij mompelde slechts dat hij een hekel had aan de term reggae. Daar schiet je iets mee op.
Hoe dan ook, het nummer slaat aan in Engeland en Lee Scratch Perry danst tot vijf uur in de ochtend als hij de verkoopcijfers ziet. De volgende dag, nog met een kater, besluit hij een S model Jaguar te bestellen. Eenmaal verlost van een knallende koppijn realiseert hij zich dat hij helemaal geen rijbewijs heeft. Vrienden, bekenden en vage kennissen zullen hem in het vervolg rond moeten rijden.
Met het overgebleven geld begon Lee Scratch Perry het Upsetter label en verhuisde hij z’n gezin naar een iets betere buurt. Pauline was in verwachting maar de twee konden niet officieel trouwen omdat Lee een eerder huwelijk had verzwegen. Hij probeerde dit ongedaan te maken maar de formulieren dreven hem zodanig tot waanzin dat hij er een jointje van rolde en een huwelijk met Pauline gewoon heeft opgegeven.
Op muzikaal gebied ging het goed, hij scoorde hitjes met Wet Dreams en Return Of Django en raakte helemaal in de ban van orgels. Voor een tijdje nam hij nauwelijks iets anders op dan reggae-instrumentals met een orgel in de hoofdrol. Ook kreeg hij een verhouding die vrijwel meteen werd ontdekt door Pauline, ze nam het niet goed op en stak hem met een slagersmes in z’n arm. Na enkele weken besluit hij zijn herstel te vieren met een avondje stappen. Op de terugweg raakt hij betrokken bij een straatrace (hij had zijn auto laten besturen door een vage kennis), hierbij valt een dode en enkele zwaargewonden. Lee Scratch Perry ligt nog wat langer in de kreukels en adopteert een kind van zijn zus. Deze heet Renal maar tijdens zijn ziekbed besluit Lee Scratch Perry ineens om hem Enoch te noemen. Het was een bizarre tic van Lee Scratch Perry om alles en iedereen andere namen te geven.
Ook krijgen ze een gast die niet van plan lijkt snel weer weg te gaan, zijn naam: Bob Marley. The Wailers en Lee Scratch Perry vormden een gouden combinatie. De hits volgden elkaar op. Soul Rebel, Duppy Conqueror, Sun Is Shining en Mr.Brown zijn slechts enkele voorbeelden. Peter Tosh en Bunny Wailer kunnen heel wat minder goed met Perry opschieten. Vooral Bunny heeft de pest aan hem. Niet verwonderlijk want Bunny had de pest aan iedereen na een jaar in de gevangenis te hebben doorgebracht wegens ganja-bezit. Toch maken ze in 1970 het album Soul Rebel, een klassieker. In 1971 scoren ze een redelijke hit met het nummer Kaya. Hoewel Lee Scratch Perry zijn ganja en ideeën met iedereen deelde, volgde hij het voorbeeld van andere producers en betaalde hij slecht. Dit leidde uiteindelijk tot een breuk met The Wailers aan het einde van 1971. Hoe het Perry zonder The Wailers verging lees je een volgende keer
.

   


 

Lee Scratch Perry (deel 1 van 9)

In het begin had Lee Perry helemaal niet de ambitie om uit te groeien tot onnavolgbaar producer. Hij wilde zingen maar helaas voor hem zag niemand zijn potentieel. Dit was niet zo vreemd want we zijn inmiddels ruim veertig jaar verder en zijn zangtechniek is nog steeds twijfelachtig. Voor iemand met een middelmatige zangstem heeft hij trouwens verbazingwekkend veel hits gescoord, dat dan weer wel. Laten we echter niet te hard van stapel lopen en beginnen met zijn eerste schreden op het muzikale pad. In 1961 was Lee het manusje van alles voor Coxsone Dodd, een belangrijke Soundsystem operator en eigenaar van het bekendste Jamaicaanse platenlabel aller tijden, Studio One. Lee Perry wilde dus graag zingen maar Coxsone Dodd had weinig vertrouwen in hem. De meeste mensen vonden Lee Perry maar een raar klein mannetje, een beetje creepy omdat zijn indringende blik dwars door een ieder heen leek te gaan. Zijn expressieve gebaren konden mensen er ook toe zetten een blokje om te lopen als ze hem zagen. Hij was toen eigenlijk al een soort van alien onder de Jamaicanen.
Blijkbaar had Coxsone wel vertrouwen in zijn kwaliteiten als songschrijver want vaak gaf hij de songteksten van Lee Perry aan andere zangers. Lee Perry kreeg hiervoor zelden de credits. Hij gaf echter niet snel op en hij kreeg zijn eerste succes met een liedje over de destijds populaire Chicken Scratch (een ronduit belachelijke dans zoals de naam al doet vermoeden). De mensen in de dancehall’s reageerden wild enthousiast maar toch werd het liedje eerst niet officieel uitgebracht. Wel kreeg hij een vijfjarig contract en de bijnaam ‘Scratch’. Enige tijd later kwamen ook The Wailers bij Studio One onder contract en Bob Marley kon het tot ieders verassing goed vinden met Lee Scratch Perry. Deze ontwikkelde zich steeds meer tot producer maar bleef zelf ook singletjes uitbrengen. Die waren in eerste instantie vaak best wel succesvol, tot hij ze live ten gehore bracht. Het Jamaicaanse publiek moest hem niet als zanger. Zo werd hij tijdens het nummer Roast Duck van het podium gejouwd, hoewel het nummer op vinyl best populair was. Ondanks al deze hatelijkheden was er één persoon die van hem hield, Pauline Morrison. Een leuke vrouw die graag in gestreepte pyama monopoly speelde met drie denkbeeldige nonnetjes, zoals ze later nog eens in een interview zou beweren. Lee Scratch Perry scoorde in 1966 nog een hit met het dubbelzinnige Pussy Galore maar had het eigenlijk helemaal gehad met Coxsone Dodd, die toen al de naam had een uitbuiter te zijn.
Vanwege het gebrek aan erkenning ging hij in 1967 dan ook, hevig verontwaardigt, z’n eigen weg. De muziek veranderde net van Ska naar Rock Steady en de toestanden met de rude boys, een soort van jeugdige criminelen, liepen compleet uit de hand. Lee Scratch Perry maakte samen met Prince Buster het nummer Judge Dread, een veroordeling van het geweld van de rude boys. Het werd een enorme hit. Niet veel later ging hij samenwerken met Joe Gibbs, maar daarover meer in deel 2
.

   


 

Kool Keith (deel 1 van 5)

Kool Keith komt voor het eerst in de picture op de leeftijd van tweeëntwintig. Voor die tijd genoot hij slechts bekendheid bij zijn familie in The Bronx, en die wilden liever ook niet met hem gezien worden. Of het daarom was dat hij enige tijd in depressieve toestand in een psychiatrische inrichting werd geplaatst blijft onduidelijk. Meneer ontkent inmiddels dat hij ooit in een dergelijk instituut heeft gebivakkeerd hoewel hij de geruchten oorspronkelijk zelf de wereld in heeft geholpen. Wij hebben geen zin om het waarheidsgehalte van zijn eigen beweringen nader te onderzoeken – in dat stadium zijn we inmiddels al wel belandt - en daarom slaan we zijn jeugdjaren over. Tweeëntwintig dus, want dat was het moment dat hij debuteerde met To Give you Love/Make you Shake. Deze 12-inch uit 1986 was het eerste levensteken van de Ultramagnetic MC’s. Een groep die onder de fijnproevers van het genre een ongeevenaarde cultstatus heeft. Deze vestigden ze in 1987 met Traveling At The Speed Of Thought, één der beste hiphopsongs ooit gemaakt.
Ced Gee, die andere rapper van de Ultramagnetic MC’s, kwam altijd wat amateuristisch over naast zijn collega. Gelukkig was hij (samen met Moe Love) beter in het creëren van innovatieve hard-hittin beats die zo typerend waren voor de Bronx. Ze mogen tegenwoordig wat gedateerd overkomen maar ze veroorzaakten destijds meer commotie dan een gefilmd triootje tussen Obama, Hilary en Mc Cain vandaag de dag zou doen. Kool Keith bleef dan ook loyaal in de beginjaren. De LP Critical Beatdown werd een instant classic toen het in 1988 verscheen. Kool Keith had een nasale staccato flow en zijn teksten waren doorspekt met medische terminologie en verwijzingen naar Science Fiction. Ook klonk er een gepast dedain voor elke andere rapper in door naast een onverzettelijk geloof dat hij absoluut de beste was. Van zijn seksmanie was in de beginperiode nog weinig te merken. In zijn vrije tijd bedacht hij talloze bijnamen die later nog goed van pas zouden komen. Misschien begon in die periode ook de neiging om zichzelf op te delen in allerhande alter ego’s. Denk daar niet te licht over want alter ego’s en bijnamen zijn voor Kool Keith wat flessen sherry en mentholsigaretten zijn voor verbitterde huisvrouwen. In 1990 deed Keith (samen met Ced Gee en Rudeboy) zijn ding op het nummer Cold Slammin van King Bee. Een stuk Nederlandse geschiedenis waar maar al te makkelijk overheen gekeken wordt. Ook struinde hij de juweliers af op zoek naar dikke gouden kettingen om zijn zuurverdiende geld aan te spenderen. Hij was hier zo druk mee dat een tweede LP van de Ultramagnetic MC’s pas in 1992 verscheen. Hierover een volgende keer meer.

Lees hier de ander 4 delen............

   


 

King Tubby (deel 1 van 16)

Waarom King Tubby? Omdat hij zo slim was om aan instrumentale reggaetracks echo en galm toe te voegen.De beste man zat de godganse dag in de studio omringd door rasta's die om de zoveel minuten luidkeels hun devotie voor Haile Selassie kenbaar maakten. Deze extatische uitbarstingen werkten op zijn gestel en dit uitte zich in de vorm van haaruitval.
Om 's avonds enigszins tot rust te komen liet hij de zang op de nog te mixen tracks achterwege. Nadat zijn studio met een echo-effect was uitgebreid duurde het dan ook niet lang eer hij claimde een nieuw genre te hebben gecreëerd. 'Dub, dames en heren,' sprak hij eens op een lome zondagmiddag begin jaren '70, 'zo zal ik het noemen.' Iedereen was er stil van, voor een tijdje althans want de Tubbies waren geen zwijgers. Het gekissebis barstte vervolgens los en Tubbie's moeder stond even op het punt haar zoon in het openbaar een standje te geven. Al die onrust, ze was tenslotte een godvrezende vrouw. Geheel tegen de verwachting van de familie in liep het allemaal vrij aardig en na enige jaren kon dub ook in het buitenland een potje breken. Het werd gezien als de donkere variant van reggae waarin op subtiele wijze met tijd en ruimte werd gesold. Eindelijk eens Jamaicaanse muziek waarin niet de lof over een Ethiopische dictator wordt uitgestort, zo dacht het linkse bolwerk er in de jaren '70 over. King Tubby is uiteraard vaak benaderd met de vraag of hij zich niet bij deze of gene rastasekte wilde aansluiten maar daar taande hij niet naar. 'Ik geloof in echo en galm', antwoordde hij telkens waarna hij het verschil tussen die twee zaken nog eens geduldig uitlegde, dat wil zeggen als z'n moeder hem niet de mond snoerde. Naast dub hield hij zich begin jaren '70 vooral bezig met het smeren van zalfjes en kruiden op zijn schurftige schedel in een poging zijn kaalheid tegen te gaan.

Lees hier de ander 15 delen............

   



 
 
  ARTIEST VAN DE MAAND
A TRIBUTE TO ...
RECENSIES
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 




© 2008 LEVERTRAAN.COM