levertraan: verkwikkend smerig
 
gggggggggg

 
FILMTHEMA  
 
  De muziekdocumentaire deel 2
 

In een ver verleden hebben we beloofd om nog eens een filmthema te wijden aan muziekdocumentaires. Direct nadat we dat hadden gedaan, hadden we uiteraard spijt als haren op ons hoofd. Zo'n opmerking schept een verplichting en als we ergens een broertje dood aan hebben dan zijn het wel verplichtingen. Maar goed, nadat we een tweede mailbox hebben moeten aanschaffen omdat de eerste vol zit met zeikerige mailtjes over wanneer er een deel twee komt, hebben we dan toch maar de stoute schoenen aangetrokken en zijn we in de pen geklommen.
En ziedaar: we behandelen drie erg sterke documentaires: één over een gore smeerpijp, eentje over een megalomane rapper en als afsluiter gaat het over een stel stonede rasta's.
Een erg sterke keuze, al zeggen we het zelf. En dat doen we bij deze dan ook volmondig: alle props voor de slomies van de Levertraanredactie
.

   


 

Hated: G.G. Allin And The Murder Junkies 1994

Wat is de best mogelijke afsluiter van een documentaire over één van de grootste viespeuken uit de rockgescheidenis? Wat ons betreft staat op een derde plaats dat hij door zijn moeder tot de orde wordt geroepen en zich terugtrekt uit de muziekwereld om een bestaan als melkboer op te bouwen. Op de tweede plaats komt een omscholing tot dominee. En op de eerste plaats staat uiteraard: voor de camera door een ruimteschip worden opgepikt om vervolgens nooit meer op te duiken. Helaas voor toenmalig filmacademiestudent/regisseur Todd Philips kwam het einde van deze docu niet voor in onze top drie. Hadden we een top vier gemaakt dan wel want doodgaan zouden we op vier hebben gezet. Maar een top drie bestaat nou eenmaal uit drie dingen. Daar kun je lang over doorgaan maar dat is nou eenmaal zo.
Maar goed, G.G. Allin (echte naam (geloof het of niet): Jesus Christ Allin) ging dus dood aan het einde. En niet, zoals hij heel vaak aankondigde, door zelfmoord te plegen op het podium maar door, hoe burgerlijk, een overdosis te nemen. Achteraf zal Todd Philips best wel balen dat het einde niet in een Levertraan top drie is gekomen. Maar het had altijd erger gekund. G.G. had ook kunnen stikken in een spekje. En zo'n einde staat niet eens in onze top 421.
Nou kunnen we het uitgebreid gaan hebben over wie G.G. Allin was en wat zijn drijfveren waren maar daar gaat deze docu juist over en dus doen we dat niet. Komen wij er ook een lekker makkelijk vanaf
.

   


 

The Carter 2009

Lil Wayne zit momenteel een gevangenisstraf van een jaar uit wegens drugs -en wapenbezit en zal daar ongetwijfeld 24 uur per dag beschermd worden. We spreken namelijk over een klein mannetje die praat als een kleuter en zich ook zo gedraagt. Na het aanschouwen van The Carter zal geen zinnig mens tot een andere conclusie kunnen komen. Het management van Lil Wayne heeft de docu nog proberen tegen te houden aangezien men achteraf vond dat hij wel erg vaak met joints en syrup in beeld kwam. Gelukkig oordeelde de rechter dat men dat maar eerder moest bedenken en zodoende zien we dat Lil Weezy inderdaad een groot fan is van bovengenoemde drugs. Waarschijnlijk wil hij het leven zo traag mogelijk aan zich voorbij zien trekken.
Goed, de dude komt dus over als een algehele mongool maar op het gebied van rap heeft hij toch wel een zeker talent en een afwijkende flow, daarnaast is het een workaholic die continue op tournee is en ondertussen aan de lopende band nummers opneemt. Hiermee heeft hij succes want hij weet van zijn cd The Carter 3 in de eerste week een miljoen exemplaren te verkopen.
Maar wat dus vooral opviel was de onnozelheid van Lil Wayne. Het heeft overduidelijk een nadelige invloed op je intelligentie als je vanaf je dertiende in studio's zit, zelden naar school gaat en altijd omringd wordt door onmogelijke debielen. God, de onzin die Lil Wayne uitkraamt. Zo zou hij graag cocaïne aan cola toegevoegd zien en steekt hij een vreselijk verhaal af over zijn eerste seksuele belevenissen.
Wat viel nog meer op? Dat Lil Wayne (en trouwens ook zijn surrogaat-vader, met wie hij een dubieuze relatie onderhoudt) een voorliefde voor uiterst wanstaltige tatoeages heeft. Grappig detail voor de chauvinistische kijker, de docu toont hoe Lil Wayne zich op zijn gezicht laat tatoeëren op zijn hotelkamer in Amsterdam. Onze conclusie: voor iedereen die wil weten hoe een idioot populaire rapper door het leven gaat is dit verplichte kost
.

   


 

Dub Echoes 2007

Een dub-docu (nieuwe term door Levertraan geïntroduceerd, vergeet dat niet). Ook nog eens een een hoogst interessante waarin niet alleen veel kenners aan het woord komen maar ook beelden te zien zijn van een dansende malloot die gulzig aan een waterpijp lurkt. Het is toch niet te geloven. De makers weten de sleutelfiguren in de scene goed te vinden en het gaat van Bunny Lee en Scientist tot aan Howie B, Zion Train en Kode 9. Natuurlijk is er veel aandacht voor King Tubby en Lee Scratch Perry maar daar ontkom je niet aan als je met een onderwerp als dub aan de haal gaat. Al met al was het goed om te zien dat het genre zich nog steeds ontwikkelt en niet alleen voorbehouden is aan de Jamaicanen die het in de jaren zeventig introduceerden. Volgens deze docu is dub zelfs de grondlegger van de moderne electronische muziek en daar valt veel voor te zeggen. Van dub gaat het immers naar drum'n'bass, downtempo en dubstep (vanwege een gekke tic noemen we alleen de genres die beginnen met een 'D').
De DVD is uitgebracht door het onvolprezen Soul-Jazz label en we juichen de branche-differentiatie van harte toe. Hoewel, het moet gezegd, voor een muzieklabel dat zich nog steeds op vinyl concentreert is het wel een hele grote stap voorwaarts naar DVD, we hadden eerder een VHS-release verwacht. Dit daargelaten kunnen we alleen maar de loftrompet steken over deze voortreffelijke muziek-docu. De LP met dezelfde naam is evenzeer de moeite waard.


   


 
  Films met Steve Buscemi
 

Ghost World, Living In Oblivion en In the Soup zijn stuk voor stuk ondergewaardeerde cult-toppers met een hoofdrol voor de onvolprezen Steve Buscemi. Reden genoeg om eens een filmthema aan deze man te wijden. Hij heeft natuurlijk nog genoeg andere films gemaakt maar lui als we zijn kiezen we graag voor de compacte aanpak. Een strakke selectie van drie kenmerkende films moet genoeg zijn. Het is niet zo dat we een Steve Buscemi fanclub runnen ofzo. Daarnaast hebben we al tijden geen nieuwe film van hem gezien. Jawel, we zijn inmiddels zo apathisch dat we liever naar buiten staren dan naar een scherm turen. Weten jullie ook gelijk waarom een nieuw filmthema zo lang op zich liet wachten.

   


 

Ghostworld 2001

Ghost World, dat lijkt ons een ideale film om mee te beginnen. Het laat Steve Buscemi weer eens zien in die typische loser nerd-rol die hij zo goed beheerst. Dat zijn uiterlijk daar niet onbehulpzaam bij is moge duidelijk zijn. Zelden zo’n schlemiel als Steve Buscemi zien langskomen. Toch slaagt een beetje schlemiel er altijd wel weer in om sympathie op te roepen en dat weet de man (naar wie zelfs een Belgische popgroep is vernoemd) goed uit te buiten. Hij is de antiheld bij uitstek en dat levert opvallende films op. Neem het grappige en soms zelfs ontroerende Ghost World dat gebaseerd is op een stripboek met cultstatus. Steve Buscemi speelt een nerdy platenhandelaar die dankzij een mislukte practical joke in contact komt met Enid en Rebecca, twee high school outcasts die zwartgallig en sarcastisch in het leven staan.
Eén der vermakelijkste films uit het begin van de eenentwintigste eeuw. We nemen dan ook onmiddellijk aan dat elke Levertraanlezer de film al lang gezien heeft. Reden voor ons om over te gaan op Living in Oblivion
.

   


 

Living In Oblivion 1995

Een low-budget film over het maken van een low-budget film met Steve Buscemi in de rol van regisseur. Het lijkt allemaal een beetje op zijn eigen leven want Steve Buscemi is zeker geen eendimensionaal talent. De man kan acteren, regisseren, de polka dansen en schijnt van plan te zijn een excellente appelcompote op de markt te brengen. Okay, dat laatste is een wel erg vaag gerucht en we noemen het alleen maar omdat we het zelf in circulatie hebben gebracht, maar het is dan ook geen sinecure om zo’n thema vol te schrijven. Wel grappig trouwens dat we tijdens onze research nog ontdekten dat Steve Buscemi ooit auditie heeft gedaan voor de rol van George Costanza in Seinfeld. Een rol die hem ongetwijfeld erg goed had gelegen. Godzijdank ging de rol naar die andere druif want anders hadden we veel goede films moeten missen. Eén van die films was In The Soup geweest, toevallig bespreken we die hieronder.

   


 

In The Soup 1992

Een film voor de echte liefhebber kunnen we wel stellen. Steve Buscemi speelt Aldolpho, een wanna be filmmaker die rondloopt met een zelfgeschreven script van 500 bladzijden. Totaal onverfilmbaar. Hij ontmoet een eventuele geldschieter die een kleine crimineel blijkt te zijn van wie hij toch het één en ander opsteekt. Ook Jim Jarmusch heeft nog een leuke cameo. Het klinkt allemaal vrij simpel maar is in feite hoogst origineel gedaan. Dat het zo simpel klinkt ligt aan ons, de drank, het late tijdstip en onze neiging om alles maar af te raffelen. Deze film stamt alweer uit 1992 en hoewel ze in die prehistorische tijden al kleurenfilm kenden is dit toch geschoten in zwart-wit, artistieke overwegingen hè. Het goede nieuws, ook in zwart-wit blijft Steve Buscemi een schlemiel. Dat wij toch een filmthema aan hem hebben gewijd doet daar niks aan af.

   


 
  Films die een realistisch beeld van de politie schetsen

 

Doordat de politie tegenwoordig nogal schril afsteekt tegen de professionals van CSI, Flikken, NCIS, Baantjer, Bones, Schimanski, Der Alte, Miame Vice, Tatort, Law & Order, Derrick, etc. etc. zijn we eens op zoek gegaan naar films waarin de politie wel realistisch wordt weergegeven. Gelukkig vonden we vrij vlot een aantal klassiekers die zo gebruikt kunnen worden voor een wervingsspotje.

   


 

The Naked Gun: From The Files Of Police Squad! 1989

Eén van de hoogtepunten uit het slapstick-genre, nee, gewoon het absolute hoogtepunt. Zo kunnen we The Naked Gun gerust typeren. De stagiair geeft grif toe dat hij in z’n broek gepist heeft van het lachen, zelfs toen hij de film voor de vierendertigste keer zag. Wij zijn niet zo seniel als de stagiair maar vonden het desalniettemin ook 90 hilarische minuten. Leslie Nielsen geeft op legendarische wijze gestalte aan Frank Drebbin, een extreem onhandige rechercheur die zichzelf honderd procent serieus neemt. Hij speelt zo overtuigend dat het hem onmogelijk is gebleken ooit nog voor een ander soort rol gecast te worden. Niet onlogisch want je schrikt je natuurlijk dood mocht hij ineens in James Bond opduiken, dat zou de film, gewild of niet, meteen een andere wending geven.
De grapdichtheid in The Naked Gun is duizelingwekkend en het is duidelijk dat de Zucker–brothers op het hoogtepunt van hun carriere zaten tijdens deze film. Sommigen zullen menen dat deze film helemaal geen realistisch beeld van de politie schetst maar dat zullen meestal agenten zijn. Bedenk wel, ze houden je al aan vanwege het dragen van een T-shirt met daarop de term corrupt in combinatie met het politie-logo. Jawel, de realiteit is minstens zo absurd als The Naked Gun
.

   


 

Reno 911!: Miami 2007

Toen we deze film op IMDB checkten en zagen dat 'ie een lousy 5.9 kreeg wisten we al dat het stevig lachen zou worden. Het is vast geen gewenste functie van IMDB maar humor krijgt zelden een kans op deze site, dus als een film onder een 6 scoort trek dan je lachschoenen maar aan.
En jawel, lachen, gieren en brullen was ons deel. We durfden er niet op te hopen maar we wisten zelfs iets van een verhaal te ontwaren. Wie had dat gedacht?
Het team wordt uigenodigd om een politie-conventie in Miami bij te wonen en vol goede moed gaan ze die kant op. Eenmaal aangekomen blijken ze niet op de lijst te staan en komen ze niet binnen. Mazzel voor hun en vette pech voor de bevolking van Miami. Er wordt namelijk een onbekend gif losgelaten op de bezoekers van de conventie en dus zijn zij de enigen om de wet te handhaven in Miami. En uiteaard ook nog hun collega's te redden.
Er valt verder weinig over de film te zeggen dan dat het gewoon een topper is. Beheerden wij IMDB dan zou de film zeker een 9 scoren. Maar ja, we hebben het al druk genoeg met Levertraan. First things first.

   


 

Police Academy 7: Mission To Moscow 1994

Deel 1 vonden we leuk omdat we toen nog heel jong waren maar het is natuurlijk nooit wat geweest, dat hele Police Academy gedoe. Met deel 7 had men in 1994 de bodem bereikt en dat maakt het wel weer interessant. Hoewel interessant, qua tijdsbesteding scoort het ongeveer even hoog als het kotsend boven een wc hangen.Toch stemt de film tot nadenken. Zo gaat een mens zich afvragen wie in godsnaam het groene licht gaf voor deze Flop Der Floppen. Alsof het na deel vijf al niet pijnlijk duidelijk was dat het nooit meer iets zou worden. Waarschijnlijk had iemand veel geld wit te wassen. De acteurs daarentegen moeten serieuze geldproblemen hebben gekend om mee te spelen in dit gedrocht. Soms is een slechte film zo slecht dat het de status van cultklassieker krijgt maar dat was bij Police Academy deel 7 helaas niet het geval. We hebben de film dertig minuten lang een kans gegeven maar het zat er gewoon niet in, dat is het meest positieve wat we erover te zeggen hebben. Ondanks alle kritiek kunnen we toch stellen dat deze film een realistisch beeld van de politie schetst. Zo verliezen de agenten zich al snel in irrelevante bijzaken die weinig met politiewerk van doen hebben. Is het niet zo dat twee agentes laatst hun sirene aanzetten om de patat warm te kunnen eten? Het had zo maar een scene uit Police Academy deel 7 kunnen zijn.

   


 
  De muziekdocumentaire deel 1
 

Vlaggen uit! Alweer een filmthema in twee delen. Deze keer is het de beurt aan de muziekdocumentaire. In deel één concentreren we ons op hiphop en reggae om in deel twee punk en dance te tackelen. Wie weet komt er nog wel een deel drie want op het gebied van rock, soul en jazz is natuurlijk ook genoeg moois gefilmd. Pin ons er echter niet op vast want deel twee moet nog geschreven worden. Wie weet hebben we het daarna wel helemaal gehad met de muziekdocu en willen we er niks meer van weten. Vooralsnog staan we echter nog zo fris, monter en welwillend tegenover het genre dat we drie hoogtepunten bespreken.

   


 

Scratch 2001

Niks is saaier dan anderhalf uur lang te moeten kijken naar een idioot die als een bezetene staat te scratchen, hoe goed die ook is. Dat begrepen de makers van deze docu ook wel en daarom hebben ze voor een andere vorm gekozen. Ze laten de crème de la crème van het fenomeen turntablism aan het woord. Nerds die elke dag vrijwillig 12 uur oefenen om het beat-juggling te perfectioneren. We geven toe, het klinkt allemaal nog steeds niet als het summum van avontuur maar dat blijkt alleszins mee te vallen. Enige interesse in hiphop en het verzamelen van vinyl is trouwens wel gewenst.
Heb je nog steeds niet afgehaakt dan bestaat de kans dat je dit, net als ons, een topdocu vindt. De ontstaansgeschiedenis van het scratchen en het dj’en wordt door interviews met de juiste personen mooi verteld. Natuurlijk is er veel gescratch maar deze docu toont juist aan dat het genre steeds verder evolueert. Er worden de meest ingewikkelde trucs uitgehaald door crews van wel acht man die optreden voor een publiek dat er geen genoeg van kan krijgen. Het is welbeschouwd ook een vreemd instrument natuurlijk, zo’n platenspeler. Vooral omdat het van oorsprong helemaal geen instrument is. Des te meer reden om eens een docu te wijden aan de bespelers ervan, zo zullen de makers gedacht hebben. Groot gelijk hadden ze
.

   


 

Freestyle: The Art Of Rhyme 2000

Iedereen die ooit met meer dan gemiddelde aandacht underground hiphop heeft gevolgd zal aan de buis gekluisterd zitten bij deze docu, de rest zal vrij snel afhaken. Er komen namelijk erg veel rappers aan het woord, sommigen bekend, anderen veel minder, sommigen gooien er een freestyle uit, anderen proberen het van een intellectueel kader te voorzien. Jammer van die laatsten want voor het overige is het allemaal erg onderhoudend. De docu dateert uit 2000 en het geeft een goed beeld van wat recente hiphopgeschiedenis, zoals de battle tussen Supernatural en Craig G en de battle tussen Supernatural en JUICE. Ja, die Supernatural heeft een hoofdrol in deze docu. Om ook maar eens een punt van kritiek op hem naar voren te brengen, de man rijmt dan wel werkelijk alles op elkaar, zijn flow is redelijk irritant (en simpel).
Voor het overige veel rappers uit de kring rondom het Good Life Cafe (Project Blowed) in Los Angeles en The Lyricist Lounge in New York, waaronder een freestylende Mos Def.
Eigenlijk proberen de makers ons duidelijk maken wat het begrip freestyle inhoudt, daarnaast wil men de ontwikkeling van hiphop in z’n algemeenheid schetsen. Dat laatste is een beetje het ondergeschoven kindje geworden, we melden het maar even. Voor het overige niks dan lof, het wordt eigenlijk tijd voor een aanvulling aangezien we sindsdien veel spectaculaire freestyles (hier en hier) en battles (hier) hebben gezien
.

   


 

Stepping Razor: Red X 1992

Peter Tosh had altijd zo’n grote bek, die bracht hem vaak in de problemen, maakte hem enorm populair en kostte hem uiteindelijk het leven. Een vreemde roofmoord die nooit volledig is opgelost. Eén dader werd tot levenslang veroordeeld maar z’n twee mededaders zijn nooit gevonden, volgens de geruchten zijn ze omgebracht door wraakzuchtige elementen in de straten van Kingston. Wie weet, het is in elk geval een mooi verhaal. De makers van deze film laten doorsijpelen dat ze eigenlijk ook wel geloven in een samenzwering. Deze docu laat veel obscure types uit de omgeving van Peter Tosh aan het woord, ze zijn stuk voor stuk verdomd moeilijk te verstaan, we nemen maar aan dat ze lovende woorden over Peter Tosh spreken.
De film is deels gebaseerd op de Red Tapes die zijn aangetroffen in een kluis in zijn woning. Hieruit blijkt vooral dat Peter Tosh een eigenaardige, paranoïde en spirituele persoonlijkheid was, eentje met militante en revolutionaire denkbeelden. We lazen ergens dat Bob Marley zich tot Peter Tosh verhoudt als Martin Luther King tot Malcolm X en dat vonden we zo mooi gevonden dat het ons spijt dat we het zelf niet bedacht hebben. Het klopt namelijk zo op het eerste gezicht volledig. De conclusie die we uit deze film trekken is de volgende: Peter Tosh had dan waarschijnlijk wel het hart op de juiste plaats, we zijn blij dat hij onze buurman niet was
.

   


 
  Jim Jarmusch deel 2
 

We gokken dat iedereen deel 1 van het filmthema gewijd aan Jim Jarmusch nu wel gelezen heeft en dus is het tijd voor deel 2. We hadden er natuurlijk voor kunnen kiezen om er vier delen van te maken en al zijn films te bespreken maar dat klonk ons als erg vermoeiend in de oren. Daarnaast moesten we dan ook de algehele flutdocumentaire over Neil Young bekijken en dat weigeren we. We doen net of hij die nooit gemaakt heeft. En niet gaan lopen zeuren dat het belachelijk is om iets af te zeiken terwijl je het niet gezien hebt. Dat maken wij namelijk wel uit.

   


 

Stranger Than Paradise 1984

We waren ooit van plan om eens een filmthema te wijden aan slackerfilms maar aangezien we tot maar twee goede films kwamen hebben we ervoor gekozen om beide regisseurs een eigen thema te geven. De andere film was uiteraard Clerks van Kevin Smith.
Stranger Than Paradise is de ultieme slackerfilm. De hoofdrolspelers vreten echt zo goed als niks uit. Een beetje op bed liggen en tv kijken lijkt het hoofddoel. In de avonduren wordt er nog wel wat vals gespeeld tijdens het kaartspelen, want ja, er moeten natuurlijk wel magnetronmaaltijden op de plank.
Het klinkt misschien als een doodsaaie film maar dat is het absoluut niet. Er zit wel degelijk nog wat meer actie in, zoals een autoritje en een nicht die onverwacht langs komt, dus helemaal niks doen is misschien ook wel iets te boud gesteld.
Wat deze film tot de ultieme slackerfilm maakt is de grenzeloze apathie die de hoofdrolspelers weten uit te stralen. Het is gewoon besmettelijk. Tijdens het kijken van de film hebben we geen slok bier genuttigd. We waren gewoon te beroerd om een arm te bewegen. Wat wil je nog meer van een film
?

   


 

Down By Law 1986

Een heerlijk lome zwart-wit film met drie huisacteurs van Jarmusch. De wandelende anti-rook reclame Tom Waits, de verbale stuiterbal Roberto Benigni en de meest ongeïnteresseerde man op aarde: John Lurie. De keuze voor deze acteurs heeft waarschijnlijk vooral met kosten drukken te maken want met twee acteurs aanwezig die ook een carrière als muzikant hebben is een goedkope soundtrack ook meteen geregeld. Heel slim.
De drie mannen belanden bij elkaar in een cel in het zuiden van de VS en besluiten te ontsnappen. Helaas voor hun is de gevangenis omgeven door een moeras en het duurt ook maar even voor ze hopeloos de weg kwijt zijn.

Liefhebbers van potjes alligatorworstelen zullen zich bekocht voelen na het aanschouwen van de film en eerlijk is eerlijk: het had een mooie wending in de film kunnen zijn. Meneer Jarmusch hield het echter real en leverde één van zijn meest geprezen films af.

   


 

Broken Flowers 2005

In de film Lost In Translation kregen we een Bill Murray te zien die we nog niet eerder voorbij hadden zien komen. Blijkt de man naast een komisch talent ook met groot gemak het zwaardere werk aan te kunnen. Doorpakken zal hij gedacht hebben en dus deed hij ook mee aan Broken Flowers.
Hij speelt een volledig uitgebluste zakenman die het financieel gemaakt heeft maar privé een puinhoop is. Wanneer hij een brief krijgt waarin wordt vermeld dat hij een kind heeft van rond de 18, besluit zijn zeer vriendelijke edoch ook zeer hyperactieve en dwingende buurman dat hij alle vrouwen uit die periode van zijn leven moet bezoeken en vragen of zij een kind van hem hebben.
Hij wil niet, maar aangezien de buurman alles al heeft uitgezocht en geregeld gaat hij toch maar.
Murray is volledig in zijn tragikomische element een zet een man neer die alleen nog wat kleur in zijn leven weet te brengen door de steeds wisselende trainingspakken die hij draagt.
Ghostbusters-puristen zullen de film mogelijk ervaren als een saaie vertoning maar dat volk nemen we al jaren niet meer serieus. Stelletje azijnpissers.


   


 
  Rudy Ray Moore
 

Rudy Ray Moore is onlangs overleden en dat willen we niet ongemerkt laten passeren. Deze komediant stond aan de basis van de stand-up traditie zoals die tegenwoordig voortgezet wordt door types als Chris Rock en Dave Chappelle. Hij kan ook nog eens bogen op een geschiedenis in de B-film industrie. Zijn twee Dolemite films, hoewel bij lange na geen Shaft of Superfly, passen naadloos in het blaxploitationgenre dat zo populair was in de jaren zeventig. Niet gehinderd door bescheidenheid heeft hij zichzelf ooit uitgeroepen tot de godfather of rap, dit omdat hij in elke film enkele simpele rijmpjes wist op te dissen. Daarnaast heeft hij de begrippen nigger en motherfucker gepopulariseerd door ze werkelijk honderden keren te gebruiken.
Om er toch een soort van trilogie van te maken bespreken we Shaolin Dolemite uit 1999 ook nog even, we hebben er tenslotte ooit 110 minuten van ons leven mee verspild. Werkelijk, de crap die wij zo af en toe bekijken, het valt moeilijk te bevatten, zelfs voor onszelf
.

   


 

Dolemite 1975

Rudy Ray Moore als Dolemite, de uniquely articulate pimp en kung fu master. He doesn’t take shit from nobody, zoals al snel duidelijk wordt. Wegens een vage deal komt hij uit de gevangenis waarna hij merkt dat ene Willy Green zijn club heeft overgenomen. De politie is corrupt en probeert Dolemite er keer op keer in te luizen, van die kant hoeft hij dus geen hulp te verwachten. Gelukkig heeft hij zijn vrouwen die werkelijk als door een magneet tot hem aangetrokken worden, ze zijn daarnaast ook nog eens bedreven in kung fu en weten hem belachelijk te kleden. Er loopt ook nog een FBI –brother rond die de situatie volgt en bijspringt als het nodig is. Al met al kunnen we stellen dat het verhaal niet zo veel voorstelt en er volstrekt overbodige scènes in de film zitten. De actie is zodanig dat zelfs in een gemoedelijke bui de term ‘bedenkelijk niveau’ gelijk komt bovendrijven. Zo ziet Dolemite er voor een kung fu master verre van atletisch uit en is zijn traptechniek ronduit dramatisch. Het seksisme druipt van de film maar dat mag de pret niet drukken. Dolemite is namelijk een uniek figuur, een pimp met het hart op de juiste plaats die er geen enkele moeite mee heeft zijn tegenstanders uit de weg te ruimen zodra hij geprovoceerd wordt.

   


 

Dolemite: The Human Tornado 1976

Op het matige maar af en toe licht vermakelijke eerste deel kwam tegen de verwachting van iedereen toch een vervolg. Wederom een film met een veel te laag budget waardoor niet gelijk de beste acteurs ingehuurd konden worden. Het drukt de pret geenszins. Dolemite wordt betrapt op interraciale seks met een getrouwde vrouw en ziet zich genoodzaakt de echtgenoot te doden. Met een stel vrienden vlucht hij naar Californië. Weer op zoek naar een club en zijn hoerenmadam Queen B. De tweede Dolemite is zowaar wat beter dan de eerste, de kung fu actie is meer over the top en de humor iets doller. Verwacht echter nog steeds geen dijenkletsers, sterker nog, de film opent met enkele zeer slechte grappen. Waren we in 1976 volgroeid en wel, hadden we het misschien uitgegierd, heden ten dage doen we het liever af met een meewarige glimlach. Dit soort films moet je dan ook wel in de juiste context blijven zien. Het toeval wil dat er al heel wat is afgeschreven over de context waarbinnen je de blaxploitationfilms moet bekijken. Hier enkele linkjes (1 en 2), hoeven wij het niet nog eens uit te leggen. Dit vervolg heeft trouwens een belachelijk slot, alsof men het einde nog sneller af wilde raffelen dan de rest van de film.
Misschien had men daarin ook wel groot gelijk
.

   


 

Shaolin Dolemite 1999

We hadden hier graag geschreven dat we met een totale triomf te maken hebben, helaas het heeft niet zo mogen zijn. In alle eerlijkheid, het is een wonder dat we de film hebben uitgezeten. Dit werkje verdient enige lof als voorloper van het eerder in Levertraan zeer positief gerecenseerde Kung Pow maar dat is dan ook alles. We hebben te maken met een oude kung fu film die opnieuw ingesproken is, daar zou je iets van kunnen maken maar dat heeft men hier duidelijk nagelaten. Er zijn enige scènes met Rudy Ray Moore in de film gemonteerd maar die redden het niet, integendeel zelfs. Het is een beetje triest om de oude man zo verdwaasd rijmend in beeld te zien. Het verhaal gaat over Tupac, de Wu Tang Clan en de Dolemite Clan. Veel ninja’s en kung fu masters in gevechtsscènes waar geen einde aan lijkt te komen. Dit alles zonder ook maar één goede grap en dat verwacht je wel van een komediant als Rudy Ray Moore. Hij zat er finaal doorheen moeten we concluderen. Jammer genoeg is dit een film die afbreuk doet aan zijn reputatie, en dat was toch al een hoogst twijfelachtige. Deze teleurstelling vormt voor ons echter geen beletsel om Rudy Ray Moore postuum alle lof toe te zwaaien. Ondanks alles was het toch een bad motherfucker.

   


 
  Jim Jarmusch
 

Denk je aan undergroundcinema dan denk je al gauw aan Jim Jarmusch. Vanaf begin jaren '80 slingert deze man al low-budget topfilms de wereld in alsof het niks is. Daarnaast heeft hij ook nog eens een opvallend kapsel dus wat wil je nog meer? Slaap in blik, maar dat is een ander verhaal.
Omdat de man zoveel toppers op zijn naam heeft staan bespreken we maar liefst zes films. Om het de lezer niet al te moeilijk te maken hebben we de zaak in twee delen gehakt. Verrassend genoeg beginnen we met deel één.

   

 

Ghost Dog: The Way Of The Samurai 1999

Oordeel niet te snel over huurmoordenaars want er zitten zeker sympathieke gasten tussen, dat is de boodschap die wij uit deze film hebben gehaald. Het leven volgens een erecode wordt nogal hoog aangeslagen door de hoofdpersoon. De man is samoerai, Afro-Amerikaans, duivenmelker en dus ook huurmoordenaar. Hij zit, kortom, niet stil. Om het nog gekker te maken is hij, ondanks een taalbarrière, ook nog eens bevriend met een ijsverkoper. Daarnaast heeft hij het beste voor met kinderen. Gaat dat allemaal wel samen? En wat moeten we denken van die rare maffia-lui, de één kijkt de godganse dag cartoons en de ander rapt graag teksten van Public Enemy. Waarom willen ze onze favoriete samoerai doden? We verklappen het niet. Eerlijk gezegd is het gewoon al een tijd geleden dat we de film hebben gezien. Dat we na al die tijd nog zo goed weten dat het een topfilm betreft zegt eigenlijk al genoeg.

   

 

Coffee And Cigarettes 2003

Heerlijk licht vermaak in zwart-wit met talloze muzikanten. Zo lopen er zomaar twee leden van de Wu-Tang Clan rond in deze film, de RZA en de GZA om precies te zijn. Ze ontmoeten Bill Murray die zijn cafeïneverslaving stilt door koffie rechtstreeks uit de pot te drinken. Jim Jarmusch heeft jaren aan deze film gewerkt, niet hard, maar toch. Zoals we al eens eerder op Levertraan hebben vermeld (zie Blue In The Face) hebben we te maken met een plotloze film. Elke scène is gevuld met koffie, sigaretten en beroemdheden die onzin uitkramen. That’s it. Er doen dus veel muzikanten mee en waarom ook niet. Het geeft de film toch een zweem van coolness. Naast de eerder genoemde Wu-Tangers zien we The White Stripes, Tom Waits en Iggy Pop. Er zijn elf scènes en er is wel enig kwaliteitsverschil maar over het algemeen is het feel-good op z’n best. Meer verklappen we niet want je raadt het al, het is een tijd geleden dat we de film hebben gezien.

   

 

Night On Earth 1991

Legendarisch vanwege de scène met een meer dan enthousiaste Oostblok-taxichauffeur in New York die niet kan rijden maar zich hierdoor niet laat ontmoedigen. Van de vijf scènes is het veruit de meest geslaagde. Mooi om te zien hoe het klikt tussen de passagier en de chauffeur. De andere scènes spelen zich af in taxi’s te L.A., Parijs, Rome en Helsinki. In deze laatste stad maken de Finnen hun reputatie van depressief volk volkomen waar. Somberheid troef. Het andere uiterste is Roberto Benigni. Hij praat zelfs voor Italiaanse begrippen erg snel en uitbundig in zijn taxi in Rome. Wat zich precies in Parijs afspeelde weten we niet meer. Het is tenslotte, wederom, al vele jaren geleden dat we de film hebben gezien. De precieze details zijn ons ontschoten en aan herkijken hebben we een broertje dood, net of we verdrinken in de vrije tijd. Mocht je ook zo krap in de tijd zitten dan kun je nog altijd de L.A.-scene overslaan. Dat is de minste. We gokken dat tijdgebrek voor de meeste lezers niet zo’n probleem zal zijn. De verveling heeft waarschijnlijk keihard toegeslagen als je al tijd hebt om een Jim Jarmusch special op Levertraan te lezen. Laten we daar niet omheen draaien. Doe daarom je voordeel met het feit dat er eindelijk wat zinnigs op deze site staat en kijk eens een Jarmusch film. Dat geeft de burger moed, soms.

   


 
  Kevin Smith
 

Kevin Smith is een regisseur die humor (meestal) hoog in het vaandel heeft staan. Films van hem zonder humor weigeren we te kijken, dus daar kunnen we weinig anders over zeggen dan: volg ons voorbeeld.
Het is ook een slim en ijverig mannetje want hij heeft de film Clerks commercieel volledig uitgemolken. Naast de twee celluloide delen heeft hij namelijk ook nog eens vele comics uitgebracht en er is een zes delige cartoon van gemaakt. Om over de ruime merchandise-afdeling van zijn bedrijf View Askew maar te zwijgen. Het was ooit zelfs mogelijk om met een bus een sightseeing tour te maken langs bekende plekken uit de films in New Jersey. Die uiteraard eindigde bij de merchandisewinkel Jay And Silent Bob's Secret Stash. Hoog tijd om een filmthema aan hem te wijden
.

   

 

Clerks 1994

Niet de film Slacker maar dit juweeltje is de ultieme slacker film. Men neme een videotheek, een mini supermarkt, twee ongemotiveerde werknemers, een bonte verzameling klanten en bekenden die langskomen, Gatorade, twee gestoorde drugsdealers voor de deur en een dode rukker. En et voilà: een film die thuishoort op de bovenste plank. Tenzij daar de collectie sex met dieren staat. Daar hoort de opvolger namelijk thuis. Maar die bespreken we verderop.
Wat er zo geweldig is aan deze film? Om te beginnen hebben de acteurs geen teksten hoeven instuderen maar enkel oneliners. Zo ongeveer elke zin levert een stevig lachsalvo op. En er worden nogal wat zinnen uitgesproken. Het schijnt dat zorgverzekeraars hebben geprobeerd om de film verboden te krijgen omdat ze bang waren voor vele door het lachen uit de kom geschoten kaken. Gelukkig is het nooit zover gekomen en kunnen wij nog steeds kauwen.

Wat ons betreft is dit één van de grappigste films ooit gemaakt. Daarnaast is het ook nog eens een schoolvoorbeeld van een cultfilm. Gemaakt met een onmogelijk budget, weinig promotie maar een gigantische schare fans. Petje af. Als we een pet zouden dragen.

   

 

Mallrats 1995

Niet dat we het genre volgen, maar dit zou zomaar eens de beste winkelcentrumfilm kunnen zijn die ooit gemaakt is. Na Clerks wilde Kevin Smith het succes langzaam uitbouwen. Van een verhaal over twee winkelbediendes ging hij over op een film met enkele slacker-achtige figuren in een winkelcentrum. Wel in kleur deze keer. Brody Bruce (gespeeld door Jason Lee) steelt de show door elke zin vol te stoppen met obsceniteiten en verwensingen. Hij is gedumpt door zijn vriendin, dus niet in een al te beste bui. Toeval of niet, zijn goede vriend T.S. Quint is op dezelfde dag gedumpt. Bij gebrek aan een beter plan besluiten ze om door het winkelcentrum te gaan slenteren. Daar ontmoeten ze nogal wat vreemde tyes, waaronder uiteraard Jay & Silent Bob. Ook ontdekken ze dat er een aflevering van een foute datingshow opgenomen wordt in het winkelcentrum. In een poging die te saboteren onstaat er een kat en muis spelletje. Spannend wordt het nooit, grappig is het constant. De film loopt bijna over van de onnavolgbare dialogen en onnozele wendingen waardoor het geen moment verveelt. Onbegrijpelijk dat Kevin Smith voor deze perfecte komedie zijn excuses heeft aangeboden, het toont maar weer eens aan dat de man niet altijd lekker in zijn vel zit.
Grappig triviafeitje tot slot: hoofdrolspeler (en beroemd ex-skateboarder) Jason Lee heeft zijn zoontje de naam Pilot Inspektor gegeven. Topnaam.


   

 

Jay And Silent Bob Strike Back 2001

Idiote slapstick, bij tijd en wijle cartoonesk en krankzinnig maar altijd vermakelijk. Daarnaast is het ook een goede roadmovie. Jay & Silent Bob gaan op weg naar Hollywood en daar hebben ze gegronde redenen voor. De film Bluntman & Chronic komt er namelijk aan en de karakters hieruit zijn ontleend aan de gelijknamige comic-book serie. Deze comic-book serie heeft de helden Bluntman & Chronic gemodelleerd naar Jay & Silent Bob. Het probleem is dat onze immer stonede vrienden nergens in gekend zijn. Op naar Hollywood dus, om verhaal te halen en er eventueel een vette cheque uit te slepen. Onderweg bevrijden ze nog een oerang oetan uit een proeflab en raken ze betrokken bij een diamantroof. Uiteindelijk weten ze Hollywood te bereiken en daar neemt de kolder kluchtige vormen aan. Meer laten we er niet over los. Jay & Slient Bob Strike Back is beter dan zijn voorgangers Chasing Amy en Dogma, dit omdat het prententieloos vermaak is. Kevin Smith is namelijk op zijn best als hij geen dieperliggende thema’s aankaart. Wat hij al helemaal niet moet doen is lezingen geven op universiteiten en die uit gaan brengen op DVD. Hij deed dit in 2002 en titelde het werkje An Evening With Kevin Smith. Werkelijk tenenkrommend om te zien wat voor fans de man heeft, we waren bijn afgehaakt. Niet dat we ineens een negatieve draai aan het verhaal willen geven maar Jersey Girl toonde vervolgens aan dat hij nog dieper kon zinken. Dat ons thema toch een happy ending krijgt kun je hieronder lezen.

   

 

Clerks 2 2006

Hoe verzin je een pakkende beschrijving van een film waarvan van tevoren al bekend is dat er sex met dieren in voorkomt. Een lulverhaal over leuk gevonden metaforen, diepere lagen of vergelijkingen met Griekse tragedies? Heeft allemaal geen enkel nut. Je wil eigenlijk nog maar één ding weten: sex met een miereneter of een inktvis? Om de spanning er een beetje in te houden doen we daar verder geen uitspraken over. Ga de film zelf maar zien. Een beetje spanning in het leven schijnt gezond te zijn. Enkel om deze reden proberen wij al jarenlang in een Thaise cel te belanden, dan maak je tenminste nog eens wat mee. Maar na 48 kilo mega-stinkende nederwiet het land te hebben binnengesmokkeld zonder gepakt te zijn, zijn we daar maar mee opgehouden. Soms moet je je dromen bijstellen.
De enige reden dat deze film gemaakt is, is het verschijnen van nieuwe delen van Star Wars. Deze dienden nu eenmaal in een Clerkssetting besproken te worden. Lijkt ons een prima reden. Gelukkig worden er ook nog meer belangwekkende zaken besproken en wordt er dus nog een potje gerampetampt. Alle ingrediënten voor wederom een topfilm. Helaas niet zo goed als zijn voorganger maar zeker een waardig vervolg.

   

 

Drawing Flies 1996

Deze film is niet gemaakt door Kevin Smith maar zou zonder de man nooit het daglicht hebben gezien (iets wat de meeste mensen niet erg zouden vinden). De film is namelijk gemaakt ten tijde van de film Mallrats en meneer Smith was zo vriendelijk om één en ander te financieren (en acteurs en technici uit te lenen). Zoals te verwachten valt is het er één van het kaliber C. Een stel losers trekt de Canadese wildernis in op zoek naar Sasquatch, dus dan weet je het wel. De film haalt het in de verste verte nog niet bij een slechte film van Smith. De reden dat we de film toch bespreken is dat er op internet nogal veel over gezemeld wordt. Silent Bob komt er namelijk in voor (alhoewel hij door iemand met een andere naam wordt aangesproken). Hele fora zijn volgebraakt door filmnerds over de vraag: bevat de film de eerste kennismaking tussen Jay en Silent Bob? Het zal wel van levensbelang zijn om een antwoord op deze prangende vraag te vinden. Wij vinden in elk geval van niet. Jason Mewes speelt wel mee maar overduidelijk niet als Jay. Neemt niet weg dat het erg zeldzaam is dat Silent Bob opduikt in een film die niet is geregisseerd door Smith (de andere keer is in Scream). En eerlijk is eerlijk: dat was ook de hoofdreden dat wij de film hebben gezien. Silent Bob is nou eenmaal één van de grappigste filmpersonages ooit.
Zoals we eerder al stelden, het is een behoorlijk slechte film. Maar gelukkig zitter er nog een paar goede grappen in waardoor het geen algehele tijdverspilling is. Zeker wel aan te raden voor een Kevin Smith fan
.

   


 
  Coen Brothers
 

De Coen-brothers droomden van een carrière als kanonnenvoer maar zijn uiteindelijk recalcitrante filmmakers geworden. Het kan raar lopen in het leven. Vraag dat maar aan onze stagiair die tijdens een recente bungeejump met zijn hoofd het water tipte waarna een alligator ineens toehapte en dertig meter mee omhoog bungelde. Godzijdank liet het beest, waarschijnlijk louter vanwege de verbazing, wel weer los waardoor de schade beperkt bleef tot een verminkt hoofd. Tsjonge, die spectaculaire verhalen over onze stagiair gaan ook nooit vervelen. Zelfs niet als we het eigenlijk over de Coen-brothers zouden moeten hebben. De uitverkorenen die we hier in de spotlight zetten omdat we weer eens toe waren aan een nieuw thema.

   

 

The Big Lebowski 1998

The Dude is één der coolste filmpersonages sinds The Fonz met pensioen is gegaan. Helaas denken veel te veel niet coole mensen, die zich verenigen in allerhande rare clubjes, er ook zo over waardoor zijn coolheid aan ernstige devaluatie onderhevig is. Wij doen hier geen poging hem te rehabiliteren want His Dudeness zou het allemaal toch niks kunnen schelen. Geef hem een bowlingbal en een White Russian en hij is tevreden. Af en toe een jointje en soms een LSD-flashback, meer heeft hij niet nodig. Zolang El Duderino geen Duitse nihilisten tegenkomt redt hij zich wel. Dat wil zeggen, zolang zijn vrienden Walter en Donny zich niet teveel met de zaken bemoeien en hij z’n cassetebandjes van Creedence Clearwater Revival binnen handbereik heeft. De Coen-brothers zijn erin geslaagd een film te maken waarin werkelijk geen normaal personage rondloopt. Dit is dan ook de reden dat dit de cultklassieker onder de Coen-films is. Volgens ons ook de beste maar we hebben dan ook een zwak voor films die draaien om ondergepiste vloerkleden.

   

 

No Country For Old Men 2007

De laatste film van de Coen-brothers en we kunnen rustig concluderen dat de Oscars terecht waren. Opvallend, want ze gaan meestal naar kutfilms. Wat een jaar voor Joel en Ethan, eerst overladen worden met prijzen en nou ook nog onderwerp van onze filmthema-rubriek. ‘Het moet niet gekker worden,’zeiden ze laatst nog. Helemaal hun eigen schuld natuurlijk, moeten ze maar eens afleren zulke belachelijk goede films te maken. Misschien dat ze dan eindelijk eens in de obscuriteit eindigen want op deze manier gaat dat nooit lukken. In hun laatste film draait het allemaal om de eerlijke vinder van drugsgeld, de huurmoordenaar die hem achtervolgt en de agent die alles onderzoekt. Een geweldig moordwapen, een fantastisch landschap en een relaxte Tommy Lee Jones, meer hebben de broers blijkbaar niet nodig voor een topfilm. Toch knap, wij hebben dat ook weleens geprobeerd (met in plaats van Tommy Lee Jones, een verloederde schizofreen zonder richtingsgevoel) en hoewel het resultaat zeker niet onverdienstelijk was durven wij het niet te vergelijken met No Country For Old Men.

   

 

Barton Fink 1991

Wat ons van deze film nog wel het meest is bijgebleven, is het behang. Dat druipt namelijk de hele tijd van de muren af. Zal wel een metafoor voor een kwijlende zeehond zijn. Of zo. Met deze filmmakers weet je het maar nooit.
Waar de film over gaat? John Turturro speelt een jonge talentvolle schrijver die naar LA vertrekt om een film te schrijven over een worstelaar. Dit verloopt niet geheel volgens plan want hij knalt tegen een metershoog writersblock op. Gelukkig heeft hij wel een gezellige buurman in het vreemde en bloedhete hotel. Een zweterige verzekeringsverkoper die door een vaste acteur van de gebroeders Coen wordt gespeeld: John Goodman. Topacteur met helaas een ernstige fout in zijn cv: de serie Roseanne. Hoe goed de man ook speelt, je blijft de hele tijd toch bang dat de ranzige kop van Roseanne Barr ineens om de hoek steekt. Geen prettige gedachte. Gelukkig speelt John Goodman een psychopaat en dus kun je deze gedachte verdringen door er van uit te gaan dat hij het viswijf bruut heeft afgeslacht.
Wat kunnen we verder nog melden over de film? Dat Steve Buscemi ook van de partij is, dat er een lallende alcoholist in voorkomt en dat we geen kwijlende zeehond hebben kunnen ontdekken. Wat we nog wel ontdekten zijn vele samples die door Luke Vibert zijn gebruikt in een nummer van de plaat Drum'n'Bass For Pappa. Maar dat heeft verder geen zak met de film te maken. Waarom we het dan wel noemen? Weten wij veel.


   

 

The Hudsucker Proxy 1994

De Coen-brothers hebben nog nooit een slechte film gemaakt, laat dat duidelijk zijn. We hebben deze vier films uitgekozen door met een dobbelsteen te rollen en vandaar dus The Hudsucker Proxy. Een werkelijk volslagen idiote film over een sukkel werkzaam in de postkamer die gepromoveerd wordt tot CEO van Hudsucker Industries, na de dolle zelfmoord van de oorspronkelijke eigenaar. De kwaadaardige Raad van Bestuur wil namelijk dat de aandelen kelderen zodat ze zelf het bedrijf kunnen overnemen. Onnodig te vermelden dat de zaken heel anders lopen dan de Raad van Bestuur had gehoopt. De sukkel genaamd Norville Barnes vindt de Hoolahoop uit en het bedrijf wordt enorm populair. Dan is er ook nog een journaliste die onderzoek doet naar het reilen en zeilen binnen het bedrijf. Valt ze voor de onhandige charmes van Norville Barnes? Who knows. Wij hebben deze film gezien in Russische nasynchronisatie. Tot overmaat van ramp verwoestte een fikse aardbeving halverwege de film zo’n beetje de gehele bioscoop, dientengevolge zaten we elkaar bij de aftiteling verbaasd aan te kijken. Eerlijk gezegd waren we de draad volledig kwijt. Het verhaal speelt in de jaren vijftig in New York en het is een feest voor het oog, diepzinniger kunnen we er niet op ingaan. Misschien is het beter om de film gewoon nog eens te kijken in een vriendelijkere setting voordat we er op deze plaats nog meer woorden aan vuil maken.

   


 
  Jamaicaanse Films
 

Jawel, Jamaica heeft een filmindustrie. Waarschijnlijk dient die als dekmantel voor de ganja-trade maar dat mag de pret niet drukken. We hebben geen idee wie hun beste acteurs zijn, weten niks van de toonaangevende regisseurs en de geruchten over vernieuwende belichtingstechnieken aldaar hebben we nooit nagetrokken. Of er een Jamaicaanse variant van Deep Throat bestaat? We hebben geen enkel benul, zoek het zelf maar uit. Vage connecties werpen ons af en toe iets op het gebied van de Jamaicaanse cinema voor de voeten. Waarschijnlijk in de hoop dat we erover struikelen maar dat hebben we tot op heden weten te vermijden. Wel kijken we alles plichtsgetrouw. Een selectie.

   

 

The Harder They Come 1972

Eén van de eerste exponenten van die roemruchte filmindustrie was The Harder They Come uit 1972 met Jimmy Cliff in de hoofdrol. Een laidback movie over een plattelandsjongen die in de stad een beter bestaan wil opbouwen. Zoals het hoort bij een antiheld gaat dat met vallen en opstaan, ontmoetingen met eigenaardige persoonlijkheden en moeilijke keuzes. Zeker aan te raden en niet alleen vanwege de soundtrack. Het geeft ook een mooi beeld van Kingston in die jaren. Sterker, het is één van de betere lowbudget movies die er is gemaakt en had eigenlijk een Oscar moeten krijgen voor beste buitenlandse film. Een mening van ons die, eerlijk is eerlijk, eigenlijk door niemand gedeeld wordt. Het lijkt trouwens wel of de Jamaicaanse filmindustrie gelijke tred heeft gehouden met de muziekindustrie want beide stonden er in de jaren zeventig heel wat beter voor dan tegenwoordig. Zo komt uit dat lang vervolgen decennium ook nog Rockers, een aanrader voor iedereen die wild is van The Harder They Come.

   

 

The Lunatic 1991

Deze film is een geval apart. Het handelt over een sympathieke, zwaar gestoorde Jamaicaan die tegen bomen praat. Een doorgeslagen blanke nymfomane met een flinke bos hout voor de deur vertolkt de andere hoofdrol. De film is gemaakt door de Britse rocker Lol Creme en het is een puinhoop geworden. De man is bekend van bands als 10cc, Godley & Creme en The Art of Noise. Geteisterd door een acute aanval van hersenkoorts besloot hij in 1991 een Jamaicaanse komedie te maken. Veel mensen probeerden hem daarvan af te houden, en terecht. Er wordt namelijk gedurende negentig minuten tegen bomen gepraat, geneukt en rondgelopen in een lommerrijke omgeving zonder dat het ook maar ergens toe leidt. Oh ja, we hebben ervan opgestoken dat bloodclot het meest vreselijke woord is dat je in Jamaica kunt gebruiken. De film kreeg de onvermijdelijke cultstatus omdat het op een legendarische manier flopte. Volgens de geruchten heeft de film 34 betalende bezoekers getrokken en kwam hij daarmee maar net uit de kosten.

   

 


Shottas 2002

Een recentere film uit Jamaica, hoewel ook alweer zes jaar geleden uitgekomen. Een soort actiefilm voor dertienjarige VMBO-scholieren met een voorliefde voor blingbling. Wel veel grote namen. Kymani Marley is de zoon van Bob en heeft als specialiteit een ultracoole uitstraling. De andere is dancehall ster Spragga Benz. Ze spelen twee gangsters uit Kingston die hogerop proberen te komen. De Jamaicaanse variant op Scarface maar dan veel slechter. Kijk de film zonder ondertiteling en je raakt de kluts kwijt door het vette patois. Is ook niet erg. Het draait voornamelijk om het gestileerde geweld. De film weet het nihilistische gangsterleven goed te verheerlijken en heeft verder geen boodschap. We hebben ons er wel mee vermaakt. Hoewel geen Jamaicaan mocht Wycleff Jean toch meedoen. Hetzelfde geldt voor voormalig wereldkampioen boksen Lennox Lewis. We zien het maar door de vingers. Dit is echt een geval van ongecompliceerd vermaak maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat de negentig minuten voorbij vlogen dankzij de schaarsgeklede vrouwen en de talloze schietpartijen. Soms twijfelen we aan ons eigen niveau.

   


 
  Anders Thomas Jensen
 

Wanneer je aan Denemarken denkt zie je waarschijnlijk Legoblokjes, onduidelijk pratende mensen en matige cartoons voor je. Op filmgebied wordt het een heel ander verhaal. Pusher, Bleeder, Festen, Nattevagten, Old Men In New Cars, In China They Eat Dogs en zo kun je nog wel even doorgaan. Vele pareltjes komen er tegenwoordig vandaan. Als inwoners van een land waar meerdere Costa-films gemaakt zijn zouden we zeker een voorbeeld aan ze kunnen nemen.
We nemen het werk van de Deense regisseur Anders Thomas Jensen eens nader onder de loep door een drietal films van zijn hand te bespreken.

We zijn nog op zoek gegaan naar een rode draad of iets dergelijks in zijn werk maar er zijn niet veel overeenkomsten te vinden tussen de films. Alhoewel appels in twee van zijn films een belangrijke rol spelen. En schietgrage idioten. Sterker nog, de films worden voornamelijk bevolkt door idioten. Misschien dat we dat dan maar als de rode draad moeten zien.

   

 

Adam's Apples 2005

Een neonazi die door een ultrabarmhartige dominee het licht ziet. Klinkt als een schoolvoorbeeld van een slechte film. Maar aangezien je dit leest is dat dus niet het geval. Baggerfilms verdienen het namelijk niet om op Levertraan besproken te worden. Maar goed, de neonazi mag onder de hoede van de dominee herintreden in de maatschappij na het uitzitten van een gevangenisstraf. Hij hoeft van de dominee slechts een doel te stellen. De neonazi zet zijn beste beentje voor en stelt als doel dat hij gaat leren om een appeltaart te bakken. Dit blijkt makkelijker gezegd dan gedaan maar met de hulp van de dominee, de twee freaks die er ook verblijven en de bijbel komt hij toch een heel eind.
Een mogelijk vervelende bijkomstigheid van het kijken van deze film is dat je nooit meer naar de Bee Gees kunt luisteren zonder aan deze film te denken.


   

 

Flickering Lights 2000

Een stel onnozele criminelen moet een koffer vol geld stelen voor hun ijzige opdrachtgever de Eskimo. Uiteraard zijn ze zo verstandig om er met het geld vandoor te gaan. Ze strijken neer in een verlaten huis in een bos en beginnen (hoe logisch) een familierestaurant. De ideale dekmantel. Helaas komt de Eskimo ook langs en niet om te eten. Gelukkig waren ze al bevriend geraakt met de lokale zuipschuit annex dokter en hun vriendelijke edoch gestoorde en schietgrage buurman. Altijd handig wanneer een gangster op bezoek komt om een rekening te vereffenen.

   

 


The Green Butchers 2003

Twee domme slagers, goede marinade, een dode elektricien en pril ondernemerschap. Het is te hopen dat dat op het bierviltje stond dat meneer Jensen aan de producer gaf. Als dat niet het geval is zou het in het handboek voor filmproducers dienen te worden opgenomen als zijnde de ingrediënten waarmee een film gewoon niet kan mislukken. Zolang de film zich maar in Denemarken afspeelt. Marinade bekt nu eenmaal het lekkerst in het Deens.
Het verder bespreken van de film zou teveel van het verhaal verraden dus hier laten we het dan maar bij. Zijn wij ook eens een keer op tijd voor het eten thuis.

   


 
  Troma
 

Dit is de filmmaatschappij waarbij je er blind van op aan kunt dat al hun films geweldig zijn. Als je van slechte films houdt tenminste. Zou Ed Wood nog leven dan zou hij de gedroomde CEO van Troma zijn. Geen enkele filmmaatschappij heeft beter begrepen hoe je een B-film produceert. Alleen al het lezen van hun lijst van titels (185 so far!) levert de nodige lachsalvo’s op. Je hoeft films als: The Incredible Torture Show, Redneck Zombies, A Nymphoid Barbarian In Dinosaur Hell en Poultrygeist: Night Of The Chicken Dead eigenlijk niet eens te zien om te weten dat het topfilms zijn. Met zulke titels kan het niet mis gaan. Uiteraard zitten Tromafilms ook nog eens vol met onnodig veel geweld, onfunctioneel naakt en vele afgehakte lichaamsdelen. Met andere woorden: zin in een ouderwets gezellige oudhollandsche filmavond? Huur een tromafilm! Om de keuze wat te vergemakkelijken houden we een drietal toptitels eens nader tegen het licht.

   

 

Troma's War

Een toonaangevend voorbeeld van het belachelijk maken van Rambo-achtige actiefilms. Gedaan zoals het hoort, op een slechte manier. De dialogen zijn tenenkrommend goed en kunnen zo voor camp doorgaan. Wat dat betreft onderscheidt de film zich niet veel van de meeste andere Troma’s. Wat gebeurt er zoal? De hoofdpersoon legt in één scene zo’n driehonderd man om met een enorm machinegeweer. Mutanten duiken op en hoofden spatten uit elkaar. Her en der een tepel, het is er allemaal. Ook worden dezelfde figuranten meerdere keren doodgeschoten, een vorm van recycling die nooit veel navolging heeft gekregen. De regisseur, Lloyd Kaufman, is tevens grote baas en oprichter van Troma. De man heeft het begrip sleazy B-movie naar nieuwe hoogten getild. Het lijkt wel of hij uit principie slechts werkt met enthousiaste acteurs zonder talent. Dit is typisch zo’n film die op onbegrip zal stuiten bij losers die leven op een dieet van gelikte Hollywood produkties. Gelukkig is de Levertraanlezer anders. Volop in beweging, altijd in ontwikkeling, op zoek naar uitdagingen, zo iemand.die zijn horizon steeds aan het verbreden is. Geef het daarom een kans.
Kort nog even het verhaal. Een vliegtuig stort neer op een eiland. Voor een ogenblik denken de overlevenden dat het onbewoond is maar al snel blijkt het er te wemelen van terroristen die snode plannen hebben met Amerika. De bevolking besmetten met AIDS is daar slechts één van. Aan de overlevenden, waaronder een yoga-practiserende oma, een punkband, een vietnamveteraan en een dude uit Tromaville, de taak om Amerika te beschermen tegen rechts-extremistische samenzweerders.

   

 

Alferd Packer: Cannibal The Musical

Zoals in het introstukje genoemd is de titel van een Tromafilm vaak al een 10 waard. In dit geval gaat dat ook weer op. Een musical met een kannibaal in de hoofdrol kan niet anders dan goed zijn. En jawel hoor, het is weer een topfilm. Want ze beperken zich gelukkig niet alleen tot het horrormuscialgenre, het is ook nog eens een western. In de sneeuw. Dus met een beetje goede wil is de film ook nog eens te kwalificeren als een kerstfilm. Verder is de film gebaseerd op een ware gebeurtenis, een soort van documentaire dus. De nachtmerrie van iedere videotheekmedewerker. De film is geschreven en geregisseerd door Trey Parker met de hulp van Matt Stone. Inderdaad, de makers van Southpark. Rest dan nog de vraag of de film nog verder besproken moet worden. Eigenlijk niet, maar omdat we toch al achter het toetsenbord zitten een beknopte samenvatting. Een aantal goudzoekers besluit een barre tocht te ondernemen om ergens anders hun geluk te beproeven. De groep bestaat onder andere uit een jood met een afro en eeuwige honger, een slager met een sneeuwpopfobie en de wat naïeve Alferd Packer. Onderweg komen ze ijdeltuiterige stropers tegen, ninja-indianen en een konijn. Uiteraard verdwalen ze, komen ze in de problemen en kan het diner beginnen. Troma op zijn best.

   

 


Surf Nazi’s Must Die

Eén van de beste titels uit de filmgeschiedenis. Daarmee is gelijk ook al het positieve aan deze vertoning benoemd. Maar toch, wat een titel. Natuurlijk moeten surfnazi’s dood denk je zodra je de zin op het netvlies krijgt, het liefst zo gruwelijk mogelijk. Hadden ze de titel maar bewaard voor een andere cast met een beter scenario want dit is ook voor Tromabegrippen een dieptepunt. In een top drie van echt slechte films zal deze niet ontbreken. Veel mensen denken dat daar enige charme vanuit gaat maar de praktijk is toch weerbarstiger. Er gebeurt vaak minutenlang niks noemenswaardigs in deze rolprent of het moet zijn dat de acteurs elkaar proberen te overtreffen in slecht acteren. Waarschijnlijk was een script slechts rudimentair aanwezig en bij scène vijf per ongeluk opgegeten door een cameraman. Shit happens. In de jaren tachtig van de vorige eeuw ging het er allemaal wat primitiever aan toe dan tegenwoordig, de oudere lezers kunnen zich dat vast nog wel herinneren. Zeker op een gammele filmlocatie aan de Westcoast waar de cast met moeite een surfplank van een rolstoel kon onderscheiden. Het verhaal: Een surfgang die zich tooit met namen als Adolf, Eve en Mengele zaait dood en verderf op een strand na een apocalyptische aardbeving. Op een gegeven moment vermoorden ze een neger waarna diens moeder wraak neemt. Niet dat een strakke montage iets geholpen had maar 83 minuten is echt te veel van het goede voor deze pulp. Misschien iets voor als je karaoke-apparaat kapot blijkt en je toch van het bezoek af wilt.

   


 
  Álex de la Iglesia
 

Wie is er niet opgegroeid met Spaanse films en dan vooral het werk van Álex de la Iglesia? Wij in ieder geval niet. Dus toen we op aanraden van onze illegale, Spaanse pianostemmer de film Acción Mutante bekeken kregen we de schrik van ons leven. Er bestaan naast Costa! en The Killing Fields blijkbaar nog veel meer films waarbij de kans groot is dat je broek afzakt van het lachen. En nu niet meteen gaan lopen zeiken dat het raar is dat je broek afzakt terwijl je een film kijkt, aangezien je dit over het algemeen zittend doet. Sinds Talpa echter niet meer bestaat en het prachtprogramma Woef niet meer wordt uitgezonden, hebben we de tv maar uit het raam gedonderd. Dientengevolge staan we nu dus altijd in de V&D films te kijken, vandaar. We zullen onze piano binnenkort weer eens laten stemmen om te horen of het misschien nut heeft om onze tv weer naar binnen te takelen.
Maar goed, het oeuvre van meneer de de la Iglesia dus. Na het onverwachte succes van Acción Mutante kwamen we de V&D niet meer uit. Toen we El Día De La Bestia wilden terugspoelen om hem nog een derde keer te bekijken kwam er zelfs een beveiliger aan die kijk- en luistergeld van ons wilde vangen. We hebben hem zijn voortanden laten vangen (strakke reflex!) en hebben de MediaMarkt nu tot filmzaal uitgeroepen. Een veel ruimere toestelkeuze en ze hebben er zelfs Cherry Coke in de frisautomaat, we voelden ons meteen thuis. Het is er soms wel wat rumoerig maar de tv’s van nu kunnen behoorlijk hard, dus we redden ons wel.
O, ja meneer de la Iglesia. We beschouwen Muertos De Risa als zijn meesterwerk. Deze film bevat werkelijk alles wat een film goed maakt: haat en nijd, geweld en extreem stinkende sokken. Duidelijk een schot in de roos. We hebben nog twee weken zitten nadenken over een mindere film van de man, maar die is er domweg niet. Allemaal cinematografische pareltjes. Mocht je na het kijken van al zijn films een groot fan zijn geworden van de Spaanse cinema, kunnen we de drie Torrente films ook aanraden. Wij dragen sinds het kijken van die films bretels (op dringend advies van de beveiliging van de MediaMarkt).


   


 
  Adult Swim
 

Het thema van deze maand is Adult Swim. Een in Europa zo goed als genegeerde cartoonshow die in de VS. grote populariteit geniet in obscure kringen. Nooit hoort men aan deze kant van de oceaan eens iemand over de legendarische talkshowhost Space Ghost. Zelden valt er een goed gesprek te beginnen over de helden van Aqua Teen Hunger Force en wanneer men zich hardop afvraagt wat eigenlijk de missie van het Sealab team is wordt men door onwetenden met pek en veren besmeurd. Hoog tijd om het fenomeen vanuit de losse pols eens nader onder de loep te nemen.

   

 

Space Ghost Coast To Coast

Men neme een talkshowpresentator gespeend van enig talent die niettemin denkt dat hij God is. Vervolgens voegt men enige evil sidekicks toe en tenslotte gaat men op zoek naar gasten. Niet dat die laatsten er veel toe doen want het is toch de show van Space Ghost. Trage reacties, lange stiltes en de zaken regelmatig verkeerd begrijpen, dat zijn z'n specialiteiten. Gasten hebben niet veel te zeggen en lijken regelmatig spijt te hebben dat ze überhaupt zijn komen opdagen. Space Ghost kreeg zijn eigen talkshow nadat bleek dat hij als superheld uitgerangeerd was, zijn charme schuilt erin dat hij dit in feite ook is als talkshowhost.

   

 

Aqua Teen Hunger Force

Zet het idee in een paar zinnen op een bierviltje en iedereen ziet meteen dat het een schot in de roos is: een arrogant pak Franse friet (Frylock), een briljante milkshake (Master Shake) en een lieve gehaktbal (Meatwad) in één huis. Hun voornaamste hobby: in het zwembad dobberen van hun lowlife buurman Carl. Een van de beste ideeën sinds iemand op het idee kwam om kaas niet langer tussen je tenen te doen maar om het op te eten. Aangezien het eigenlijk superhelden zijn (hun special powers werken niet echt mee) maken ze nog aardig wat mee ook. Gelukkig lijdt alleen Carl hieronder.
Alsof de avonturen van het olijke drietal nog niet genoeg zijn openen de afleveringen in het begin van de serie met een wetenschappelijk onverantwoord stukje van Dr. Weird en zijn assistent. Ze overleven het niet vaak. Vanaf het midden van de serie openen de afleveringen met een kort filmpje over twee koppels aliens (de Pacmans en de Duitsers) die elkaar het leven zuur maken. Sinds Hilbrand Nawijn van de buis is verdwenen hebben wij niet meer zo om een alien gelachen.


   

 

Sealab 2021

Stop een lading onduidelijke wetenschappers in een laboratorium diep onder water en plaats ze onder het commando van een gestoorde freak die al lang pensioengerechtigd is maar blijkbaar niks beters te doen heeft. Hanteer als stelregel dat aan het einde van elke aflevering het Sealab opgeblazen wordt, ook al past die niet altijd in het verhaal. Ga hier verder niet al te consequent mee om. Zorg dat achter de zo normaal lijkende personages de raarste waanideeën schuilen waardoor alles snel uit de hand kan lopen en het recept voor een serie is daar. Het is elke keer weer afwachten in welke vorm de gekheid losbarst, maar vaak is the chief in command Captain Hazel Hank Murphy de aanleiding.

   


 

 

Kortere films
 

Undercover Brother

Jawel, er wordt in deze parodie op het Blaxploitationgenre beweert dat de eerste computer is gemaakt door een brother, eentje die hier bovendien slechts een pinda voor nodig had. Blanken worden afgeserveerd als onnozele mayonaisefreaks en er zijn rare dansjes te zien. Zomaar enige hoogtepunten. Daarnaast een ijzersterk verhaal. De B.R.O.T.H.E.R.H.O.O.D. neemt het op tegen de organisatie van The Man. Deze racistische club wil voorkomen dat een zwarte generaal president wordt en daarom hersenspoelen ze hem zodanig dat hij een fried chicken keten opstart. Het zou allemaal maar zo op feiten gebaseerd kunnen zijn. Voornaamste reden om deze film te gaan zien is echter Dave Chapelle als Conspiracy Brother. De man draait zoals gebruikelijk weer enige keren compleet door. Het haalt het allemaal niet bij Half Baked maar die film was langer dan negentig minuten en valt dus buiten de boot. Helaas, maar een beetje Levertraan lezer dient natuurlijk alles van Dave Chapelle gezien te hebben. Hier bent u in elk geval slechts 86 minuten mee kwijt.

   

 

Kung pow: Enter The Fist

Grotere onzin hebben we zelden mogen aanschouwen. Kijk en vergeet nooit meer. Zorg wel dat u een fles wijn leeg hebt voor u aan de film begint en trek dan een tweede open. Leeg deze ruim voor het einde van de film en zorg dat de derde fles dan inmiddels ook op temperatuur is. Drink voorzichtig anders kunt u na afloop van de film de vloerbedekking vervangen en wordt het allemaal toch nog een dure grap. Hoe komt men tot zoiets humoristisch? Het recept is eenvoudig, neem een oude Kung Fu film en zorg voor een belachelijke nasynchronisatie die de spuigaten uitloopt. Vervolgens hoeft u met behulp van moderne technieken slechts een ander hoofdpersoon in te voegen. Een vechtscène met een koe maakt het tenslotte helemaal af. Het duurt allemaal slechts 81 minuten maar dan bent u ook stomdronken.

   

 


Braindonors

Omdat we toch al twee volslagen idiote films hadden besproken kan er nog wel een derde bij. Manisch, dat is het toverwoord hier. Deze kolder kost u slechts 76 minuten.
John Torturro dropt oneliner na oneliner en de kans is dan ook groot dat je een grap mist. Zeker als u besluit om tijdens de film met de ogen te knipperen.
Hoe dit op te lossen? U belt een bekende zonder gevoel voor humor en nodigt hem uit. Vervolgens geeft u die persoon pen en papier zodat hij de tijden van knipperen kan noteren. Na afloop kunt u dan makkelijk vooruitspoelen naar de betreffende fragmenten. Geef toe, dit had u zelf ook kunnen bedenken. Hierbij dan ook het vriendelijke verzoek om Levertraan niet langer lastig te vallen met dergelijke vragen.
Dank u.


   



 
 
  ARTIEST VAN DE MAAND
A TRIBUTE TO ...
RECENSIES
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 




© 2008 LEVERTRAAN.COM